Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/3.5:3.5 Conclusie
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/3.5
3.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248583:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in de inleiding al werd aangegeven, zijn uiteindelijk op 20 december 2017 de wijkraadsleden van de CWR door de gemeenteraad beëdigd. Uit het openbare jaarverslag over 2018 valt op te maken dat het in eerste instantie zoeken was naar een goede werkwijze. Daarbij speelde ongetwijfeld een rol dat er na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 enkele raadsleden in de CWR vervangen werden door andere raadsleden. Ook stapten sommige wijkraadsleden tussentijds op. Ondanks deze personele wisselingen lijkt de CWR uiteindelijk zijn draai te hebben gevonden. In 2018 zijn er achttien vergaderingen geweest en in 2019 wordt geprobeerd elke twee weken te vergaderen. Het wijkpanel is verschillende keren bevraagd over thema’s die de CWR kan oppakken. Op basis daarvan zijn er een aantal werkgroepen gevormd die met de aangereikte thema’s aan de slag zijn gegaan. Het gaat dan om de thema’s milieu, verkeer en veiligheid en sociale cohesie. Op elk van deze terreinen heeft de CWR concrete activiteiten georganiseerd en zijn er projecten gefinancierd met het budget dat door de gemeente ter beschikking is gesteld.1
De twee uitgangspunten die zowel aan het gebiedsgericht werken als aan de CWR ten grondslag liggen, zijn van begin tot eind ongewijzigd gebleven. Het doel was en bleef om zeggenschap te verplaatsen van het gemeentelijk niveau naar dat van de wijken en om die zeggenschap uit te laten oefenen op een manier die burgers meer en anders bij het democratisch besluitvormingsproces zou betrekken. De organisatie is er redelijk in geslaagd om dat laatste punt te realiseren, ook al kan niet gezegd worden dat de CWR gekenmerkt wordt door een compleet ander democratiemodel dan dat van de geïnstitutionaliseerde gemeentelijke democratie. De CWR vertoont namelijk vooral trekken van een consensusdemocratie. Het besluitvormingsproces is immers integratief van aard en er wordt weliswaar via het wijkpanel geprobeerd om zo veel mogelijk wijkbewoners bij de besluitvorming te betrekken,2 maar de CWR zelf kan niet anders gekenmerkt worden dan als een vertegenwoordiging van de bewoners van de wijk. Doordat het aantal plaatsen in de CWR (en het wijkpanel) beperkt is, kan niet iedere wijkbewoner direct invloed uitoefenen op de besluitvorming, waardoor er geen sprake is van een participatie- maar van een consensusdemocratie. Dat doet natuurlijk niets af aan de conclusie dat het besluitvormingsproces belangrijke verschillen vertoont met dat van de gemeenteraad en er daarmee wel degelijk sprake is van een democratische innovatie.
De verschillende wijzigingen van de opzet laten ondertussen zien dat het gemeentebestuur moeite had om een concreet initiatief rond de doelstellingen van het gebiedsgericht werken en de CWR vorm te geven en geconcludeerd kan worden dat de opzet, zoals die uiteindelijk in de spelregels is vastgelegd, minder verstrekkend is dan dat oorspronkelijk de bedoeling was. Het meest in het oog springende verschil is dat er geen juridische bevoegdheden zijn toegekend aan de CWR. Uiteindelijk is daar bewust voor gekozen en heeft het gemeentebestuur zich vrijwillig gecommitteerd aan het uitvoeren van de besluiten van de CWR voor zover dat nodig is. De vraag die vanuit het onderwerp van dit onderzoek interessant is, is of het ook mogelijk is voor een andere werkwijze te kiezen, bijvoorbeeld een waarbij de CWR wel over eigen bevoegdheden zou kunnen beschikken. Anders gezegd, is het de vraag in hoeverre het wettelijk kader de ambitie van het gemeentebestuur kan faciliteren om maatschappelijk eigenaarschap en publieke zeggenschap met elkaar te combineren op een wijze zoals de CWR dat doet. Gezien de uitgangspunten van het gebiedsgericht werken en de CWR, moet voor een antwoord op deze vraag vooral onderzocht worden wat het wettelijk kader bepaalt over het gemeentelijk commissiestelsel en het mandateren en delegeren van bevoegdheden. Ook moet worden onderzocht wat de juridische gevolgen zijn voor een initiatief als de CWR als ervoor gekozen wordt van deze wettelijke mogelijkheden gebruik te maken. Deze zaken worden in het volgende hoofdstuk uitvoerig behandeld.