NJ 1933, p. 297
Verhaal op medeborgen. Verweer, dat de hoofdschuld door vergelijking was tenlet-gegaan.
HR 11-11-1932, ECLI:NL:HR:1932:275
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 1932
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Visser, Kosters, van Gelein Vitringa, Kranenburg.
- Zaaknummer
[11111932/NJ_1933,_p._297]
- Conclusie
Mr. Berger
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1932:275, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑1932
- Wetingang
(BW art. 1462, 1881; Rv art. 398-429.)
Essentie
Verhaal op medeborgen. Verweer, dat de hoofdschuld door vergelijking was tenlet-gegaan.
Samenvatting
Borgstelling voor een schuld bij een Bank, terwijl de schuldenaar bij die Bank een Markenrekening (credit) en een guldensrekening (debet) had loopen. Verweer van eenige tot betaling aangesproken medeborgen, dat, toen de borg het debet van de guldensrekening betaalde, geen schuld bestond, daar het debet der guldensrekening door compensatie met het credit der Markenrekening was te niet gegaan.
Nu, gelijk het Hof vaststelde, een voorafgaande opdracht van een der partijen noodig was om een der betrokken schulden voor vergelijking met de andere vatbaar te maken en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.