NJB 2025/596
Redelijke termijn mede na eerdere terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad: als de Hoge Raad een bestreden uitspraak (gedeeltelijk) heeft vernietigd en de zaak heeft teruggewezen of verwezen om (in elk geval wat betreft de strafoplegging in een strafzaak of wat betreft de opgelegde betalingsverplichting in een ontnemingsprocedure) opnieuw te worden berecht en afgedaan, moet de rechter bij de beoordeling van een verweer over de overschrijding van de redelijke termijn zowel acht slaan op het tijdsverloop vóór de – gecasseerde – uitspraak als op het tijdsverloop in de cassatiefase en in de periode van het hoger beroep na terugwijzing of verwijzing van de zaak door de Hoge Raad. Daarbij moet het tijdsverloop tijdens de opeenvolgende procesfases afzonderlijk worden beoordeeld.
HR 11-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:347
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04549
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:347, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Redelijke termijn mede na eerdere terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad: als de Hoge Raad een bestreden uitspraak (gedeeltelijk) heeft vernietigd en de zaak heeft teruggewezen of verwezen om (in elk geval wat betreft de strafoplegging in een strafzaak of wat betreft de opgelegde betalingsverplichting in een ontnemingsprocedure) opnieuw te worden berecht en afgedaan, moet de rechter bij de beoordeling van een verweer over de overschrijding van de redelijke termijn zowel acht slaan op het tijdsverloop vóór de – gecasseerde – uitspraak als op het tijdsverloop in de cassatiefase en in de periode van het hoger beroep na terugwijzing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.