FED 2025/10
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat de meldingsregeling van art. 36 IW voor btw-schulden niet in strijd is met het communautaire evenredigheidsbeginsel.
HvJ EU 14-11-2024, ECLI:EU:C:2024:961, m.nt. mr. dr. J.A. Booij (Herdijk)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
14 november 2024
- Magistraten
Mrs. Gratsias, S. Rodin, Z. Csehi
- Zaaknummer
C-613/23
- Noot
mr. dr. J.A. Booij
- Roepnaam
Herdijk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995089:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Aansprakelijkheid
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:961, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat de meldingsregeling van art. 36 IW voor btw-schulden niet in strijd is met het communautaire evenredigheidsbeginsel.
Samenvatting
Een bestuurder van een BV is aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde omzetbelasting, terwijl de vennootschap wel tijdig de juiste aangiften heeft ingediend. De bestuurder wordt geconfronteerd met de bewijslast inzake de niet-melding van betalingsonmacht conform art. 36 IW en de bewijslast ten aanzien van de niet-betaling van de omzetbelasting. Deze bewijslast is volgens de Hoge Raad ‘uiterst moeilijk’ en hij vraagt zich af of deze meldingsregeling en de daaruit voortvloeiende bewijslastproblematiek ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.