Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.1.2.1
2.1.2.1 De verschillende aantastingsgronden
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS409058:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Binnen deze artikelen vormt artikel 142 InsO een uitzondering in de zin dat het artikel een nadere afbakening van het werkingsgebied van artikel 130 en 131 InsO enerzijds en artikel 133 InsO anderzijds biedt, zodat het van meer materiële aard is. Artikel 142 InsO wordt besproken in § 2.2.1, § 2.2.2 en § 2.2.4 hieronder.
Zie artikel 143 en 144 InsO.
Zie artikel 145 InsO.
Artikel 146 InsO bepaalt wanneer de aanspraak tot Insolvenzanfechtung verjaard is en verklaart de algemene regels van het BGB van toepassing. Artikel 146 lid 2 InsO bepaalt daarbij dat ook al is een vordering tot Anfechtung verjaard, de bewindvoerder nakoming van een verplichting kan weigeren indien de handeling welke de verplichting heeft gecreëerd met de Insolvenzanfechtung bestreden zou kunnen worden.
Artikel 129 InsO stelt een aantal basisvereisten waaraan in alle gevallen voldaan moet zijn voor het kunnen inroepen van de Insolvenzanfechtung. In alle gevallen is vereist dat er een i) handeling is geweest die tot ii) benadeling van iii) schuldeisers heeft geleid. De artikelen 130 tot en met 136 InsO geven vervolgens aan onder welke omstandigheden uiteenlopende handelingen bestreden kunnen worden. Het werkingsgebied van de verschillende bepalingen kan als volgt worden samengevat:
Kongruente Deckung: Artikel 130 InsO ziet op handelingen die een verplichting inlossen op het moment en op de wijze waarop de schuldeiser aanspraak kon maken, verricht in de drie maanden voor de aanvraag tot insolventverklaring en daarna.
Inkongruente Deckung: Artikel 131 InsO ziet op handelingen die een verplichting inlossen op een ander moment of op een andere wijze dan waarop de schuldeiser aanspraak kon maken, verricht in de drie maanden voor de aanvraag tot insolventverklaring en daarna.
Unmittelbare Benachteiligung: Artikel 132 InsO ziet op rechtshandelingen van de schuldenaar die onmiddellijk leiden tot benadeling van schuldeisers, verricht in de drie maanden voor de aanvraag tot insolventverklaring en daarna.
Vorsdtzliche Benachteiligung: Artikel 133 InsO ziet op rechtshandelingen van de schuldenaar waarmee deze zijn schuldeisers opzettelijk benadeelt in de periode van 10 jaren voorafgaand aan de aanvraag tot insolventverklaring. Unentgeltliche Leistung: Artikel 134 InsO ziet op rechtshandelingen van de schuldenaar zonder tegenprestatie in de periode van vier jaren voorafgaand aan de aanvraag tot insolventverklaring.
Aandeelhoudersleningen en aandeelhoudersgaranties: Artikel 135 InsO ziet op handelingen die een betaling vormen van, of een zekerheid creëren voor, een aandeelhouderslening in de periode van respectievelijk één en tien jaren voorafgaand aan de aanvraag tot insolventverklaring. Verder kent artikel 135 InsO een regeling voor het geval de aandeelhouder zich sterk heeft gemaakt jegens een bepaalde schuldeiser van de schuldenaar en de schuldenaar in de aanloop naar de insolventverklaring (juist) deze schuldeiser voldoet.
Stille Gesellschaft: Artikel 136 InsO ziet op handelingen tussen een personenvennootschap en een vennoot in het jaar voor de aanvraag tot insolventverklaring en daarna.
De artikelen 139 tot en met 147 InsO geven algemene regels1 van meer procedurele aard zoals bepalingen over de gevolgen van de Insolvenzanfechtung,2 regels over derdenbescherming3 en bepalingen inzake verjaring.4 Deze zullen niet zelfstandig besproken worden.