Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.1.d
5.1.1.d Conclusie
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465257:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een van de laatste rechterlijke uitspraken waarbij nog formele territorialiteit werd toegepast in de context van het intellectuele-eigendomsrecht, lijkt een arrest van de Franse appelrechter te zijn: Cour d'appel Douai 20 maart 1967, Rev. crit. DIP 1968, p. 691-695 m.nt. Y. Loussouarn te zijn. Tegenwoordig wordt formele territorialiteit in Frankrijk niet meer toegepast, zie bijvoorbeeld Cass. civ. I 5 maart 2002, Rev. crit. DIP 2003, p. 440446 m.nt. Bischoff (Sisro/Ampersand), en Bouche 2002 (Contrefaon). Voor Japan, zie Petersen 2001, p. 85. De ontmanteling van de formele territorialiteit in de common law-wereld komt ter sprake in par. 5.1.3 onder (b).
In par. 5.3 wordt onderzocht in hoeverre de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling kan worden gemoderniseerd door haar te ontdoen van haar formeel-territoriale component.
Zelfs Koumantos is van zijn voorstel voor een algemene lex originis-verwijzing teruggekomen, zie noot 112 van dit hoofdstuk 5.
Zie (vanuit de invalshoek dat art. 5 lid 2 een beperkte reikwijdte heeft) de literatuur en rechtspraak in noot 93 van dit hoofdstuk 5, alsook (vanuit andere invalshoeken) De Boer 1977, p. 675-676; De Boer 1993, p. 5; Van Eechoud 2005 (Alternatives), Van Eechoud 2003; Klass 2007; Obergfell 2005 (voor cinematografische werken); Spoor, Verkade & Visser 2005, p. 694 en p. 709-710; Hof 's-Hertogenbosch 8 juni 2004, NJ 2004, 515 (Lancóme/Kecofa), to. 4.14-4.15 (zonder conflictenrechtelijke onderbouwing). In wetgeving, zie alinea 450 hiervoor. Vgl. voorts de verschillende opvattingen in AIPPI Annuaire 2007/2 (Question 194 inzake 'The Impact of Co-ownership of Intellectual Property Rights on their Exploitation) over vraag 1.9.
In de literatuur wordt een rechtskeuzemogelijkheid onder meer bepleit door Van Eechoud 2005 (Overleefde territorialiteit), pleitend voor beperkte rechtskeuzemogelijkheid; en Steyn 1998, p. 117, pleitend voor een eenzijdige ex ante-rechtskeuze voor de digitale omgeving. In wetgeving, zie alinea 450 hiervoor.
464. Verdeeldheid over conflictregel in beginsel van nationale behandeling. Men ziet: tegenwoordig is de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling omstreden, is het begrip van die conflictregel alom verdwenen, en is een waaier van uiteenlopende onjuiste interpretaties ontwikkeld. Het debat over het conflictenrechtelijke gehalte van het Verdrag van Parijs en (met name) de Berner Conventie is moeizaam en verwarrend. Meningen worden vaak slechts geponeerd zonder onderbouwing, inconsistenties worden gebagatelliseerd, en soms lijkt men zich te laten leiden door een wenselijk geacht eindresultaat.
465. Overeenstemming lex loci protectionis. Tegelijk zien wij een opmerkelijke tegenstelling: tegenover deze grote verdeeldheid over de grondslag van de conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht, staat grote overeenstemming over de toe te passen conflictregel. Of zij nu wordt gevonden in het verdragsrechtelijke beginsel van nationale behandeling, elders in de verdragen (artikel 5 lid 2 van de Berner Conventie), in een nationale wet of in een ongeschreven territorialiteitsbeginsel, wereldwijd gaat men uit van de toepasselijkheid van de lex loci protectionis.
466. Formele territorialiteit. Deze lex loci protectionis-conflictregel is in resultaat hetzelfde als de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling, met dien verstande dat de bij die conflictregel horende formele territorialiteit — de rechter past alleen zijn eigen intellectuele-eigendomsrecht toe — niet meer wordt toegepast.1 Formele territorialiteit blijkt volledig te zijn verlaten in het intellectuele-eigendomsrecht. In zoverre is de thans algemeen aanvaarde lex loci protectionisconflictregel dus, strikt genomen, in strijd met de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling.2
467. Toenemend gemorrel aan lex loci protectionis. Maar daar is het niet bij gebleven. Omdat de grondslag van deze conflictregel niet meer duidelijk is, is ruimte ontstaan voor verdergaande misvattingen: in toenemende mate wordt tegenwoordig aan de hegemonie van de lex loci protectionis-conflictregel geknabbeld, in de veronderstelling dat men niet, of slechts ten dele, is gebonden aan een verdragsrechtelijke conflictregel. Daarbij wordt niet zozeer een volledig alternatief voor deze verwijzingsregel voorgesteld.3 Eerder acht men zich vrij om haar reikwijdte te beperken, of om uitzonderingen toe te staan.
468. Het eerste is met name terug te zien in de roep om — vooral in het auteursrecht — de subject-vraag aan de heerschappij van de lex loci protectionis te onttrekken en te onderwerpen aan één rechtsstelsel. Die roep klinkt steeds luider in de literatuur, en hij heeft hier en daar in rechtspraak en wetgeving gehoor gekregen.4
469. Het tweede — de tendens om uitzonderingen op de lex loci protectionis-conflictregel toe te staan — uit zich met name in de roep om een rechtskeuzemogelijkheid. Ook die roep vindt gehoor.5
470. Zo wordt steeds meer aan de poten van de lex loci protectionis-conflictregel gezaagd — en daarbij wordt de vraag of alternatieven, beperkingen en uitzonderingen wenselijk zijn, niet altijd goed onderscheiden van de vraag of zij onder geldend recht ook mogelijk zijn. Dat laatste zijn zij in ieder geval niet, zo moge ondertussen duidelijk zijn: zij zijn in strijd met de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling van de wereldwijd geldende Berner Conventie en het wereldwijd geldende Verdrag van Parijs. Maar daarvan wil niet iedereen weten; met een beroep op mondialisering en internet wordt de druk om te sleutelen aan de lex loci protectionis-conflictregel steeds verder opgevoerd. Zo drijven wij steeds verder weg van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling.