NTM/NJCM-bull. 2001, p. 342
BEÏNVLOEDING VAN RECHTSPRAAK DOOR DE WETGEVER
EHRM 28-10-1999, ECLI:CE:ECHR:1999:1028JUD002484694, m.nt. M. de Werd .
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
28 oktober 1999
- Magistraten
Wildhaber, Ferrari Bravo, Caflisch, Makarczyk, Fuhrmann, Jungwiert, Fischbach, Zupanèiè, Vajiae, Hedigan, Thomassen, Tsatsa-Nikolovska, Pancru, Levits, Traja, Botoucharova, Bacquet
- Zaaknummer
24846/94
34165/96
34166/96
34167/96
34168/96
34169/96
34170/96
34171/96
34172/96
34173/96
- Noot
M. de Werd .
- LJN
AD3102
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS917714:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:1999:1028JUD002484694, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 28‑10‑1999
Essentie
BEÏNVLOEDING VAN RECHTSPRAAK DOOR DE WETGEVER
Samenvatting
Wetgeving waarmee beoogd wordt de uitkomst van een rechterlijke uitspraak te beïnvloeden is onder omstandigheden in strijd met artikel 6 EVRM. Het streven van de wetgever naar rechtseenheid kan in dit verband een rechtvaardigingsgrond voor een inbreuk door de wetgever opleveren. Het staatsrecht van de verdragsstaten is bepalend voor het antwoord van de vraag of van zodanige rechtsvaardigings-grond sprake is.
Partij(en)
Zielinsky en Pradal & Gonzalez en anderen tegen Frankrijk
Uitspraak
FEITEN
In 1953 werd, in de regio Straatsburg, voor de ambtenaren van de Franse uitvoeringsinstanties in de sociale zekerheid, een speciale ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.