Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/2.6.2:2.6.2 Wel of geen samenhangende vordering?
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/2.6.2
2.6.2 Wel of geen samenhangende vordering?
Documentgegevens:
Jeroen Quist, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Jeroen Quist
- JCDI
JCDI:ADS982407:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer we de literatuur over art. 7:686a lid 3 BW moeten geloven, is de rechtspraak over de reikwijdte van deze bepaling niet eenduidig. Zo schreven Vestering en Wetzels dat het beeld hoe ruim lid 3 toegepast mag worden, wisselend is.1 Dempsey schreef dat uit de jurisprudentie blijkt dat het van rechter tot rechter (en van zaak tot zaak) verschilt hoe beperkt of ruim art. 7:686a lid 3 BW wordt toegepast.2 Bouwens en Bij de Vaate schreven dat het begrip ‘daarmee verband houdende andere vorderingen’ ruim is, maar dat de lagere rechtspraak soms te streng met het criterium omgaat.3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.