Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.14.1.2:5.14.1.2 Verschillen tussen de drie rechtsvormen
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.14.1.2
5.14.1.2 Verschillen tussen de drie rechtsvormen
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633527:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deelvraag 4b: Welke relevante civielrechtelijke verschillen bestaan er tussen deze rechtsvormen?
Er bestaan belangrijke verschillen tussen enerzijds de rechtsvorm kerkgenootschap en anderzijds vereniging of stichting, zowel op het gebied van rechtspersoonlijkheidsrecht als de registratie van rechtsvormen.
Kerkgenootschappen, hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, worden geregeerd door hun eigen statuut. De werking van het statuut kent echter zijn grenzen in de wet, dat wil zeggen, de fundamentele dwingende regels van Nederlands recht. De wet bevat geen criteria voor de rechtsvorm kerkgenootschap. In concrete gevallen bepaalt de rechter of sprake is van een kerkgenootschap. De jurisprudentiële eisen en de in de literatuur ontwikkelde kenmerken spelen daarbij een cruciale rol.
De rechtsvormen vereniging en stichting daarentegen kennen hun eigen wettelijke regime met zowel dwingende als regelende voorschriften over de inrichting, het bestuur en de vertegenwoordiging. De wetgever heeft bijzondere bevoegdheden aan de rechter toegekend voor de inrichting van de stichting. Voor kerkgenootschappen ontbreekt een dergelijk wettelijk regime.
Tussen stichtingen en verenigingen bestaan essentiële verschillen. Vanwege haar democratische aard is de vereniging bij uitstek geschikt voor rsl-organisaties die openstaan voor de invloed van de leden en is deze minder geschikt voor meer hiërarchische rsl-organisaties. Aan de andere kant is de inrichtingsvrijheid van de stichting groter dan die van de vereniging, maar weer kleiner dan die van het kerkgenootschap.
Kerkgenootschappen moeten weliswaar ingeschreven worden in het Handelsregister, maar het gaat om een beperkte inschrijfplicht. Zo worden alleen contactgegevens ingeschreven en mogen de namen van de bestuurders vanwege het recht op privacy niet worden geregistreerd. Voor verenigingen en stichtingen – ongeacht of ze een religieuze, spirituele of levensbeschouwelijke grondslag hebben – geldt daarentegen een volledige inschrijfplicht. Gezien de onderbouwing van de uitzondering voor inschrijving van namen van bestuurders van kerkgenootschappen (herleidbaarheid tot een bijzonder privacygevoelig gegeven) zou de uitzondering mijns inziens ook moeten openstaan voor namen van bestuurders van vereniging en stichting op rsl-grondslag en van andere anbi’s.
Voor het bepalen van de UBO’s van een kerkgenootschap gelden andere criteria dan voor de UBO’s van een vereniging en een stichting. Daarnaast heeft alleen de stichting de verplichting om in een intern register uitkeringen van 25 procent of minder bij te houden. Voor de UBO-registratieplicht maakt de wet overigens geen verschil tussen kerkgenootschappen en andere anbi’s.
Het wtmo creëert alleen voor de stichting een verplichting tot het deponeren van een balans en een staat van baten en lasten bij het Handelsregister. De wbtr bevat voor verenigingen en stichtingen vanaf 1 juli 2021 extra dwingendrechtelijke bepalingen omtrent bestuur en toezicht. Deze wet geldt niet voor kerkgenootschappen.