V-N 2021/6.18.3
Lening waarop wordt afgelost, niet af te waarderen
HR 15-01-2021, ECLI:NL:HR:2021:45
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 januari 2021
- Zaaknummer
20/00200
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:45, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑01‑2021
- Wetingang
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X bv haar vordering op I bv niet ten laste van haar winst kan afwaarderen. X bv maakt namelijk niet aannemelijk dat de vordering een lagere economische verkeerswaarde heeft dan de nominale waarde. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X bv heeft op 1 januari 2008 een vordering in rekening courant van € 990.000 op haar dochtermaatschappij I bv. Eind 2008 bedraagt de vordering nog € 408.000. In haar VPB-aangifte 2008 waardeert X bv de vordering af naar nihil. De inspecteur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.