Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/16.5:16.5 Weigeringsgrond voor medewerking of bewijsuitsluitingsregel?
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/16.5
16.5 Weigeringsgrond voor medewerking of bewijsuitsluitingsregel?
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494684:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 10.4.3 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opvatting van de Nederlandse wetgever en rechter dat het heffingsbelang van de gevorderde informatie voorgaat op het potentieel zelfbelastende karakter ervan, is in strijd is met de Straatsburgse nemo tenetur-rechtspraak, indien en voor zover het recht tegen gedwongen zelfbelasting in punitieve belastingzaken niet (voldoende) wordt gewaarborgd door bewijsuitsluiting in de sanctiesfeer.1 Wanneer de belasting- en strafkamer de onder sanctiedreiging verstrekte informatie voor het bewijs van de boete- of strafoplegging uitsluiten, dan is verdedigbaar dat geen sprake is van zelfbelasting in een strafcontext (en het recht tegen gedwongen zelfbelasting dus niet langer in het geding is).
Een behoudender opvatting (die praktisch hetzelfde uitwerkt) is dat de (met sancties bedreigde) medewerking ten dienste van de belastingheffing wel zelfbelasting in een strafcontext impliceert, maar dat bewijsuitsluiting de aantasting van het recht tegen gedwongen zelfbelasting compenseert en niet (langer) sprake is van een ontoelaatbare inbreuk daarop. Dit los van andere (verdedigings)waarborgen die in Nederlandse punitieve belastingzaken (mogelijk) uitdrukking geven aan het nemo tenetur-beginsel dan wel rechtstreeks bijdragen aan de realisatie ervan in de fiscale sanctiesfeer.
Omdat bewijsuitsluiting van verklaringen en ander wilsafhankelijk bewijs plaatsvindt in de sanctiesfeer, zal ik dat vraagstuk in de komende twee hoofdstukken behandelen. Daarin zal ik meer in het algemeen de rechten en waarborgen tegen gedwongen zelfbelasting in de fiscale boetesfeer (zie hoofdstuk 17) en de fiscaal-strafvorderlijke sfeer (hoofdstuk 18) onderzoeken.