NJ 2013/441
Laat ingediende appelschriftuur en ontvankelijkheid beroep.
HR 03-09-2013, ECLI:NL:HR:2013:585
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 september 2013
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma
- Zaaknummer
12/02091
- Conclusie
A-G i.b.d. mr. W.H. Vellinga
- Noot
Red. Aant.
- JCDI
JCDI:ADS161715:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:585, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑09‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:667, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑05‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑09‑2012
- Wetingang
Art. 410 lid 1 en 416 lid 2 Sv
Essentie
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Toepassing van 416 lid 2 Sv omdat een te laat ingediende appelschriftuur gelet op art. 410 lid 1 Sv niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent beide bepalingen.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 april 2012, nummer 22/004655-11, in de strafzaak tegen: B. Adv.: mr. J.T.C.M. Crepin, te Rotterdam.
Voorgaande uitspraak
Cassatiemiddel:
(zie 2.1.; red.)
Conclusie
Conclusie A-G i.b.d. mr. W.H. Vellinga:
1.
Verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.