NJB 2021/2304
De rechtbank heeft ten onrechte bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Daarnaast heeft zij de vreemdelingen een te korte termijn gesteld om te reageren op een arrest van het EHRM en de reactie van de staatssecretaris daarop en zij had de kort buiten de termijn ingediende reactie van de vreemdelingen bij haar oordeel moeten betrekken.
RvS 29-07-2021, ECLI:NL:RVS:2021:1710
- Instantie
Raad van State
- Datum
29 juli 2021
- Magistraten
Mrs. Verburg, Bijloos en Drop
- Zaaknummer
202103001/1/V1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:1710, Uitspraak, Raad van State, 29‑07‑2021
- Wetingang
(art. 8:57 lid 1 Awb)
Essentie
De rechtbank heeft ten onrechte bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Daarnaast heeft zij de vreemdelingen een te korte termijn gesteld om te reageren op een arrest van het EHRM en de reactie van de staatssecretaris daarop en zij had de kort buiten de termijn ingediende reactie van de vreemdelingen bij haar oordeel moeten betrekken.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, appellanten, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 4 mei 2021 in zaken nrs. NL19.8324 en NL19.8326 in het geding tussen: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.