Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/I.4.2.4:I.4.2.4 Deelvraag 3: de aansprakelijkheid voor een milieuovertreding
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/I.4.2.4
I.4.2.4 Deelvraag 3: de aansprakelijkheid voor een milieuovertreding
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460177:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De constatering dat de leidinggevende een milieuovertreding heeft begaan is op zichzelf niet altijd voldoende voor het opleggen van een sanctie aan de leidinggevende. Per rechtsgebied (en zelfs per sanctie) kunnen aanvullende vereisten gelden. Daarom luidt de derde deelvraag als volgt: onder welke voorwaarden kan een leidinggevende worden gesanctioneerd wegens een milieuovertreding?
In het privaatrecht levert de milieuovertreding van een leidinggevende een ‘onrechtmatige daad’ op,1 in het strafrecht kan de leidinggevende die een milieuovertreding begaat worden aangemerkt als ‘dader’,2 en in het bestuursrecht kan hij dan worden aangemerkt als ‘overtreder’.3 Het begaan van een onrechtmatige daad, of de kwalificatie als dader/overtreder is in beginsel weliswaar een noodzakelijke voorwaarde om de leidinggevende in de betreffende rechtsgebieden een sanctie op te leggen, maar geen voldoende voorwaarde. Bijvoorbeeld: voor aansprakelijkheid tot schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW moet onder meer nog worden aangetoond dat de geschonden milieunorm strekt tot de bescherming van de eiser, en dat de eiser als gevolg van de milieuovertreding schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de hoofdvraag is het daarom ook nodig om van de strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke sancties de aanvullende aansprakelijkheidsvoorwaarden in kaart te brengen en te analyseren.
De beantwoording van deze deelvraag is tevens het sluitstuk van het eerste, descriptieve/interpretatieve onderdeel van de hoofdvraag. Dat brengt ons bij de deelvragen die betrekking hebben op de verklarende/evaluatieve dimensie van mijn onderzoek.