Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.3:5.5.3 Tussenconclusie invloed van overlijden en ontbinding
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.5.3
5.5.3 Tussenconclusie invloed van overlijden en ontbinding
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957950:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de mogelijkheid tot ontbinding van de stak geldt dat de ontbinding gevolgen kan hebben voor het behoud van de aandelen en het behoud van het economisch belang. De zeggenschap over de aandelen kan na de ontbinding aan een andere machthebber toekomen of samenvallen met het economisch belang. Het zal in het laatste geval van de mogelijke overdrachtsbeperkende maatregelen in de BV afhangen in hoeverre de aandelen buiten leden van de familie terecht kunnen komen. Een besluit tot ontbinding van de stak zal zich waarschijnlijk niet heel snel voordoen, waardoor de invloed op de continuïteit beperkt is.
Op het moment dat de certificaathouder overlijdt, zal men te maken krijgen met andere economisch belanghebbenden. De erflater kan via zijn uiterste wil zowel via een erfstelling als via een legaat invloed uitoefenen op wie de opvolgend certificaathouders zullen zijn. Deze uiterste wilsbeschikkingen kunnen worden uitgebreid met uiterste wilsbeschikkingen ten aanzien van het beheer van de nalatenschap, zoals executele en bewind. Daarnaast geven de tweetrapsmakingen en uitsluitingsclausules de certificaathouder extra mogelijkheden om de certificaten binnen de familie te houden. Op die manier kan de certificaathouder gedetailleerd bepalen aan wie en op welke manier de certificaten toekomen na zijn overlijden.
Bij dit alles moet de erflater rekening houden met mogelijke overdrachtsbeperkende maatregelen in de administratievoorwaarden. Bovendien kan de beoogd opvolgend certificaathouder de certificaten niet tegen zijn wil ontvangen. Daarnaast kan zowel de langstlevende partner als een afstammeling die geen opvolgend certificaathouder is onder omstandigheden acties instellen die ertoe kunnen leiden dat de beoogd opvolger geen of niet alle certificaten ontvangt. Er zal met andere woorden altijd een bepaalde mate van onzekerheid zijn bij het overlijden van de certificaathouder.
Zowel bij de legitieme portie als de andere wettelijke rechten die de langstlevende kan uitoefenen blijkt dat er niet logische verschillen in rechtsgevolgen ontstaan tussen aandelen in een nalatenschap ten opzichte van certificaten. Hier ligt een taak voor de wetgever.