De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/6.2.3:6.2.3 Spreek- en aanbevelingsrechten ten aanzien van één orgaan
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/6.2.3
6.2.3 Spreek- en aanbevelingsrechten ten aanzien van één orgaan
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS384954:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 877, nr. 3, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen het Nederlandse medezeggenschapsrecht is het mogelijk dat de ondernemingsraad bij de benoeming van een lid van een orgaan meerdere medezeggenschapsrechten heeft. Dit doet zich voor in een structuur-NV. De ondernemingsraad van de structuur- NV heeft zowel een spreekrecht als een (versterkt) aanbevelingsrecht bij de benoeming van commissarissen dan wel niet-uitvoerende bestuurders. In dat geval is sprake van wat ik noem ‘dubbele medezeggenschapsrechten’ ten aanzien van één orgaan.
Hoe moet hiermee worden omgegaan? De systematiek van art. 16 Tiende Richtlijn maakt een onderscheid tussen het aantal medezeggenschapsrechten en de vorm van het medezeggenschapsrecht. Het aantal medezeggenschapsrechten wordt vastgesteld aan de hand van een kwantitatief criterium. Bepalend is het proportionele aantal leden waarop de medezeggenschap voorafgaand aan de fusie betrekking heeft. Aan de vorm van het medezeggenschapsrecht komt geen relevantie toe. Noch komt belang toe aan de aard en/of de bevoegdheden van het orgaan op wiens samenstelling de medezeggenschap zich richt. Deze puur kwantitatieve benadering rechtvaardigt de conclusie dat dubbele medezeggenschapsrechten geen invloed hebben op het aantal leden waarop de medezeggenschap betrekking heeft. Het aantal ondergaat immers geen wijziging indien de ondernemingsraad bij de benoeming van één en hetzelfde lid zowel een spreekrecht als een (versterkt) aanbevelingsrecht heeft. Wel stel ik vast dat het spreekrecht en het (versterkte) aanbevelingsrecht invulling geven aan de wijze waarop de medezeggenschap wordt uitgeoefend. De dubbele medezeggenschapsrechten zijn daarom te beschouwen als de vorm van het medezeggenschapsrecht. Is dat mogelijk?
Art. 2 (k) SE-Richtlijn noemt als medezeggenschapsvormen:
het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan te kiezen of te benoemen, of
het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken.’
De tekst onderscheidt vier medezeggenschapsvormen: het kiezen, het benoemen, het doen van een aanbeveling en het maken van bezwaar. Hiermee is niet gezegd dat de medezeggenschapsvorm geen combinatie van medezeggenschapsrechten kan zijn. Ten tijde van de totstandkoming van de SE-Richtlijn kenden wij in Nederland naast het aanbevelingsrecht een bezwaarrecht (art. 2:158 BW oud). Deze rechten hingen samen en werden gezamenlijk als medezeggenschapsvorm gekwalificeerd. Ik meen dat dit op een gelijke wijze geldt voor het spreekrecht en het (versterkte) aanbevelingsrecht. Het spreekrecht en het (versterkte) aanbevelingsrecht staan los van elkaar in de wet. De wetgever beschouwt het spreekrecht echter als een aanvulling op het (versterkte) aanbevelingsrecht.1 Bovendien worden beide rechten door hetzelfde medezeggenschapsorgaan uitgeoefend. Het feit dat de vennootschappelijke medezeggenschap tot op heden nationaal wordt ingevuld, maakt dat de Europese definitie niet te strikt moet worden uitgelegd.