Rb. Amsterdam, 20-06-2024, nr. C/13/748827 FA RK 24-2237
ECLI:NL:RBAMS:2024:5748
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
20-06-2024
- Zaaknummer
C/13/748827 FA RK 24-2237
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2024:5748, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 20‑06‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking)
ECLI:NL:RBAMS:2024:7580, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 25‑04‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking)
Uitspraak 20‑06‑2024
Inhoudsindicatie
Betrokkene gehoord op zitting zonder advocaat
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/748827 FA RK 24-2237
kenmerk: ZM/IND/130443
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 20 juni 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende en verblijvende te [woon-/verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.J. Nierop.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 april 2024 en de tussenbeschikking van deze rechtbank d.d. 25 april 2024 waar de zorgmachtiging is toegewezen voor de duur van 2 maanden onder aanhouding van het meer verzochte.
De voortzetting van de mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 juni 2024 te [woon-/verblijfplaats] .
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- psychiater, mw. A. Schaap;
- verpleegkundige in opleiding, dhr. [verpleegkundige i.o.] .
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen.
Voorafgaand aan de zitting heeft betrokkene ondubbelzinnig te kennen gegeven dat de advocaat er niet bij mag zijn en dat zij geen bijstand van een advocaat wenst.
2. Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
• levensgevaar;
• ernstig lichamelijk letsel;
• maatschappelijke teloorgang;
• de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Getracht wordt zoveel mogelijk mee te bewegen met de wensen van betrokkene wat betreft de behandeling en medicatie. In overleg wordt de Olanzapine afgebouwd omdat betrokkene van mening is dat deze medicatie haar ziek maakt. Omdat de overlast meldingen uit de buurt de laatste tijd weer toenemen en daarmee het gevaar dat betrokkene haar woning kwijt kan raken, acht de rechtbank een zorgmachtiging noodzakelijk. Ook kan de zorgmachtiging voorkomen dat er opnieuw een crisissituatie ontstaat aangezien eerder ingrijpen van politie en opname geresulteerd heeft in PTSS klachten bij betrokkene.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft geen ziektebesef rondom de klachten die ernstig nadeel opleveren en loopt vast in haar leven door de manisch-psychotische klachten. Daardoor is zij niet in staat een adequate afweging te maken rondom noodzakelijke zorg met name ten tijden dat psychiatrische zorg noodzakelijk is. De zorgmachtiging maakt het voorts mogelijk om in de gaten te houden of de afbouw van medicatie naar wens verloopt en een helpende en ondersteunende factor zijn bij het herstel van betrokkene.
2.6.
Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
- -
toedienen medicatie voor de duur van 10 maanden;
- -
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening voor de duur van 10 maanden;
- -
beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 10 maanden, telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing;
- -
insluiten voor de duur van 10 maanden, telkens voor maximaal 1 week per toepassing;
- -
uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 10 maanden, telkens voor maximaal 1 week per toepassing;
- -
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van 10 maanden;
- -
opnemen in een accommodatie voor de duur van 10 maanden, telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Hetgeen door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af. De advocaat heeft geen verweer kunnen voeren omdat betrokkene niet wilde dat de advocaat bij de zitting aanwezig was. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank de advocaat een korte samenvatting van het verloop van de zitting gegeven hem de beslissing meegedeeld.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de resterende duur van 10 maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.6 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 20 april 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 20 juni 2024 mondeling gegeven door mr. P.B. Martens, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M.E. Langewisch, als griffier en op 2 juli 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitspraak 25‑04‑2024
Inhoudsindicatie
Tussenbeschikking nav een verzoek Zorgmachtiging. Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Verzoek voor een korte periode toegewezen en bepaald aangehouden.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/748827 – FA RK 24/2237
kenmerk: ZM/IND/130443
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 april 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.J. Nierop te Amsterdam.
1. Procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op4 april 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 april 2024 in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de raadsman;
- mw. A. Schaap, psychiater;
- dhr. [naam] , verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
2.1.
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Zij is naar behoren op geroepen door de rechtbank en heeft – blijkens de track and trace – op 10 april 2024 voor ontvangst van de oproep getekend. Tevens heeft betrokkene de raadsman per e-mail benaderd over de mondelinge behandeling waarbij ze een andere datum heeft genoemd. De raadsman heeft haar toen geantwoord en de juiste zittingsdatum vermeld. Voorts heeft ook de ambulant verpleegkundige bij zijn laatste bezoek betrokkene op de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling gewezen. Betrokkene heeft toen geantwoord dat zij op de dag zelf wel zou kijken of ze wel of niet naar de zitting zou komen. Tot slot heeft de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling betrokkene proberen in te bellen. Betrokkene gaf echter geen gehoor. De rechtbank houdt het ervoor dat betrokkene, hoewel zij op de hoogte is van de mondelinge behandeling, niet bereid is zich te doen horen. Om die reden gaat de rechtbank voorbij aan verzoek van de raadsman tot aanhouding van de mondelinge behandeling.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- andere psychotische- en persoonlijkheidsstoornissen.
2.3.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Uit de stukken blijkt duidelijk dat betrokkene zich niet kan vinden in de diagnoses die zijn gesteld. De beleving van betrokkene staat lijnrecht tegenover de beleving van de zorgverlener. Betrokkene is zoals reeds in rechtsoverweging 2.1. is vermeld niet ter zitting verschenen. Ook heeft de raadsman geen inhoudelijk overleg met betrokkene kunnen plegen en is derhalve niet in staat om namens betrokkene het woord te voeren. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het verlenen van een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, zoals door de officier van justitie is verzocht, op dit moment te verstrekkend is. De rechtbank is het met de raadsman eens dat betrokkene – hoewel dat in het onderhavige geval ook is gebeurd – in de gelegenheid moet worden gesteld op het verzoek te reageren. De rechtbank zal een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twee maanden en houdt het verzoek voor het overige aan. De voortzetting van de behandeling zal plaats vinden op het woonadres van betrokkene, althans op de plaats waar zij op dat moment verblijft, teneinde betrokkene in de gelegenheid te stellen alsnog te worden gehoord op het verzoek.
2.6.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk gedurende twee maanden:
- -
toedienen van medicatie;
- -
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- -
beperken van de bewegingsvrijheid;
- -
insluiten, telkens voor de duur van maximaal één week per keer;
- -
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- -
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
- -
opnemen in een accommodatie.
2.7.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
Hetgeen namens betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twee maanden, onder aanhouding van het meer verzochte.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] , inhoudende dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.6 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 25 juni 2024;
houdt aan het meer verzochte;
bepaalt dat behandeling van het resterende gedeelte van het verzoek wordt voortgezet op 20 juni 2024 om 9:30 uur op het woonadres van betrokkene, althans op de locatie waar zij op dat moment verblijft;
bepaalt dat bij de voortzetting van de behandeling namens de zorgverlener een ter zake kundig arts aanwezig zal zijn teneinde een update te geven over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene.
Deze beschikking is op 25 april 2024 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken doormr. P.B. Martens, bijgestaan door D.S. Strooper als griffier en op 13 mei 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.