NJ 2026/119
Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking; doorbreking rechtsmiddelenverbod (art. 39 lid 5 Rv)?; Hoge Raad komt terug van eerdere rechtspraak. Rechterlijk overgangsrecht.
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:918, m.nt. H.J. Snijders
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
23/04892
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Noot
H.J. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD94172:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:918, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:233, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑12‑2023
- Wetingang
Art. 39 lid 5 Rv
Essentie
Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking; doorbreking rechtsmiddelenverbod (art. 39 lid 5 Rv)?; Hoge Raad komt terug van eerdere rechtspraak. Rechterlijk overgangsrecht.
Samenvatting
Art. 39 lid 5 Rv bepaalt dat tegen de beslissing op een verzoek tot wraking geen voorziening openstaat (hierna: het rechtsmiddelenverbod). In eerdere rechtspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het rechtsmiddelenverbod kan worden doorbroken indien wordt aangevoerd dat de rechter de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet heeft toegepast, of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel zodanige essentiële vormen niet in acht heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.