De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.5:6.5.5 Conclusies en aanbevelingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.5.5
6.5.5 Conclusies en aanbevelingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396081:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Jacobs & Den Ouden 2011B, p. 57.
Anders dan Den Ouden en Jacobs kies ik ervoor afzonderlijke bepalingen op te nemen voor de inschakeling van adviescommissies. Dit heeft ermee te maken dat ook in andere verdeelsystemen adviseurs kunnen worden ingeschakeld om de kwaliteit van de ingediende aanvragen te beoordelen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf is geconcludeerd dat de subsidieplafondregeling in de subsidietitel van de Awb in het kader van de verstrekking van de Europese subsidies veel problemen oplevert. Voor veel projecten geldt dat de Europese subsidie na de uitvoering van een project op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het maximaal verleende subsidiebedrag (onderrealisatie). Voor de vraag of het subsidieplafond is bereikt, wordt niettemin uitgegaan van de in totaal verleende maximale subsidiebedragen. Dit heeft tot gevolg dat aanvragen tot verlening van een Europese subsidie voor in beginsel geschikte projecten op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Awb moeten worden afgewezen. Voor zover het niet binnen twee jaar lukt om gereserveerde, maar uiteindelijk niet uitgekeerde Europese subsidies, weg te zetten bij nieuwe projecten, vloeien deze gelden op grond van het decomitteringsbeginsel terug naar EU.
Om aan deze problemen een einde te maken, is ervoor gepleit om in de Wet inzake Europese subsidies de volgende bepalingen neer te leggen:
Voor zover beperkte Europese subsidies beschikbaar zijn gesteld, wordt door het bestuursorgaan dat de Europese subsidie verstrekt een subsidieplafond vastgesteld voor de te verdelen Europese subsidies en de daarbij behorende cofinanciering.
Een Europese subsidie en de daarbij behorende nationale cofinanciering kunnen door het bestuursorgaan worden geweigerd indien door verstrekking van de Europese subsidie en de cofinanciering het subsidieplafond wordt overschreden.
Met deze bepalingen wordt Nederlandse bestuursorganen meer flexibiliteit geboden om aanvragen toch te honoreren als het subsidieplafond á is bereikt, in de wetenschap dat de projecten waaraan een maximaal subsidiebedrag is verleend doorgaans op een lager subsidiebedrag worden vastgesteld. Op grond van actuele realisatiecijfers kan voor een verantwoord overschrijdingspercentage worden gekozen.
In gevallen waarin de Europese subsidieregelgeving niet expliciet voorschrijft dat de Europese subsidie door middel van een tenderprocedure moet worden verdeeld, worden door nationale uitvoeringsorganen verschillende verdeelsystemen gehanteerd, waaronder het 'wie het eerst komt, het eerst maalt'-systeem en de tenderprocedure. In de subsidietitel van de Awb wordt geen voorkeur uitgesproken voor een bepaald verdeelsysteem.
De door Nederlandse bestuursorganen bij de verdeling van Europese subsidies gehanteerde regels staan in sommige gevallen op gespannen voet met de Europese beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid. Na de inwerkingtreding van het nieuwe Financieel Reglement zijn deze beginselen echter onverkort van toepassing op de verdeling van schaarse Europese subsidies door nationale uitvoeringsorganen. Goede argumenten om aan te nemen dat deze beginselen ook van toepassing zijn op nationale subsidies, voor zover sprake is van een subsidie met een grensoverschrijdend belang, zijn bovendien voor handen. Omdat het de voorkeur verdient dat alle subsidies, ongeacht of zij een nationale dan wel Europese oorsprong hebben, op een transparante wijze worden verstrekt, is voorgesteld de subsidietitel van de Awb zodanig aan te passen dat bij de verdeling van alle subsidies aan de voormelde beginselen wordt voldaan. Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat de geformuleerde eisen ook van toepassing zijn op de verstrekking van nationale schaarse subsidies. Dit heeft als nadeel dat voor zover een Europese subsidie onverhoopt niet als Awb-subsidie kan worden gekwalificeerd, deze eisen niet van toepassing zouden zijn wanneer deze niet rechtstreeks doorwerken op grond van een Europese verordening. In de Wet inzake Europese subsidies dient dan ook uitdrukkelijk te worden verwezen naar verdelingsregels die zijn neergelegd in de subsidietitel van de Awb. Dit resulteert in het volgende voorstel:
Voor zover een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling van de Europese subsidies en de nationale cofinanciering door het bestuursorgaan plaats met toepassing van de artikelen 4:26, 4:26a, 4:26b en 4:26c van de Awb, voor zover de Europese subsidieregelgeving niet anders bepaalt.
Het bestuursorgaan dat bevoegd is de Europese subsidie te verstrekken, is bevoegd om een adviescommissie in te stellen die adviseert over de kwaliteit van de ingediende subsidieaanvragen.
Artikel 4:26d van de Awb is van toepassing, voor zover de Europese subsidieregelgeving niet anders bepaalt.
Voortbordurend op de gedachten van Den Ouden en Jacobs1 is vervolgens ten aanzien van de subsidietitel van de Awb het volgende voorstel geformuleerd:
Artikel 4:26 Awb (Verdeling subsidiebudget)
1. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald of het subsidieplafond wordt verdeeld:
a. op volgorde van binnenkomst van de aanvragen;
b. op volgorde van een kwalitatieve rangschikking van de aanvragen;
c. door evenredige verdeling van het subsidieplafond over de ingediende aanvragen, of
d. door verdeling op een andere geschikte wijze, die in het wettelijke voorschrift is uitgewerkt.
2. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld.
Artikel 4:26a (Verdeling op volgorde van binnenkomst)
1. Indien de subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen, verdeelt het bestuursorgaan het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de subsidieaanvraag en met toepassing van artikel 4:5 gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften geldt als datum van ontvangst.
2. Indien het bestuursorgaan op de dag dat het subsidieplafond van een subsidie die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst wordt bereikt, meer dan een aanvraag ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
3. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald of en zo ja in welke gevallen de aanvraag kan worden gewijzigd.
Artikel 4:26b (Verdeling op volgorde van rangschikking)
1. Indien de subsidie wordt verdeeld op volgorde van een kwalitatieve rangschikking van de aanvragen, worden bij of krachtens wettelijk voorschrift rangschikkingscriteria vastgesteld. Indien meerdere rangschikkingscriteria worden vastgesteld, wordt tevens de onderlinge weging daarvan vastgesteld.
2. In afwijking van artikel 4:5, eerste lid, onder c kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling en rangschikking van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking.
3. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald of en zo ja in welke gevallen de aanvraag kan worden gewijzigd.
Artikel 4:26c (Register van contacten met de aanvragers)
Het bestuursorgaan dat de subsidie verdeelt, houdt een passend register bij van alle contacten met de aanvragers dat door alle aanvragers kan worden geraadpleegd.
Artikel 4:26d (Het gebruik van adviescommissies)2
1. Indien het bestuursorgaan door een adviescommissie wordt geadviseerd over de kwaliteit van de ingediende aanvragen, wordt de werkwijze van de adviescommissie bij of krachtens wettelijk voorschrift vastgelegd.
2. Een adviescommissie bestaat ten minste uit een meerderheid van leden die niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan
3. De leden van de adviescommissie die niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan worden op een transparante wijze geworven, indien mogelijk door middel van een openbare wervingsprocedure.
4. De leden van de adviescommissie zijn onafhankelijk en hebben geen persoonlijk belang bij de verdeelprocedure. Zij tekenen voor aanvang van de werkzaamheden een verklaring van onafhankelijkheid.
5. De artikelen 3:8 en 3:9 Awb zijn van toepassing.
6. Wanneer een bestuursorgaan van het advies van de adviescommissie afwijkt, dient dit in de beschikking tot subsidieverlening te worden gemotiveerd.