Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.6.4.2:14.6.4.2 Procedureel onderscheid is niet goed kenbaar voor boeteling
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.6.4.2
14.6.4.2 Procedureel onderscheid is niet goed kenbaar voor boeteling
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497017:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘sfeercumulatie’ is geïntroduceerd door Wattel in zijn noot onder HR 26 april 1988, FED 1988/716. De redactie van de Vakstudie Alg. Deel, hoofdstuk 7, aant. 6, meent dat sfeercumulatie verder strekt dan de enkele transitie van controle naar opsporing. Op welke grond(en) zij dat meent, wordt niet duidelijk.
Zie eerder Stevens 2005, p. 127, die meent dat van een scheiding tussen nalevingstoezicht en boeteoplegging in praktijk geen sprake is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanwege de feitelijke verwevenheid van het toezichts- en boeteonderzoek zal in belastingzaken waarin een vermoeden van een beboetbaar feit rijst of al bestaat, in de regel sprake zijn van gelijktijdig toezichts- en boeteonderzoek en daarmee simultane uitoefening van toezichts- en boetebevoegdheden.1 Het boeteonderzoek kan in de tijd ook op het toezichtsonderzoek volgen. Dan vindt de uitoefening van bevoegdheden ex art. 47 e.v. AWR min of meer los van elkaar plaats, dat wil zeggen eerst voor toezichtsdoeleinden en dan voor boetedoeleinden.
Vooral bij sfeercumulatie zal het voor de betrokken aangifte- of meewerkplichtige lang niet altijd duidelijk zijn met welk oogmerk de inspecteur zijn bevoegdheden ex art. 47 AWR uitoefent.2 Daardoor kunnen de verdedigingswaarborgen van de boeteling in het gedrang komen. Dit speelt niet alleen in aanloop naar de aanslag- en/of boeteoplegging. Ook in de bezwaar- of beroepsfase zal het onderscheid tussen heffing en beboeting niet steeds duidelijk zijn voor de boeteling. Hieraan draagt bij dat de verschuldigde belasting de grondslag voor de boete is, boeteoplegging in de regel tegelijk met het opleggen van een belastingaanslag plaatsvindt en de belastingrechter oordeelt over de rechtmatigheid van zowel de aanslag als de boetebeschikking.