Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.2.1
6.2.1 Wat is een pool?
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183484:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Verordening 267/2010, artikel 1 lid 4.
Vgl. Van Barneveld 1966, p. 119 e.v. die als voorbeelden van pools noemt: de Nederlandsche Bedrijfsverzekering Combinatie, de Nederlandse Luchtvaartpool, het Syndicaat voor Brandverzekering in Nederland, de N.V. Invaliditeitsverzekeringscentrale, de Verzekeringsgroep voor Internationaal Beroepsgoederenvervoer, de Pool voor verzekering van Atoomrisico’s, de Nederlandse Motorrijtuig Verzekeringsgroep, de Verzekeringsgroep Beroepsaansprakelijkheidsverzekering Assurantietussenpersonen en de Verzekeringsgroep van Bijzondere risico’s.
EY 2014, p. 40-41.
Baarsma e.a. 2008, p. 12.
Onder par. 6.2.2 sta ik uitgebreider stil bij de intermediaire pools. In de Nederlandse coassurantiemarkt worden deze vormen van pooling ook wel makelaarspools genoemd omdat het de (beurs)makelaar is die dergelijke pools vormt. In de Engelse verzekeringsmarkt spreekt men wel van ‘facilities’ of ‘lineslips’.Zie Clarke 2009, p. 262, rn. 8-2A3: ‘In the case of “lineslips”, which are arranged by a Lloyd’s broker, and “consortia”, a leading (active) underwriter has authority to contract for other (active) underwriters in respect of certain kinds of business, such as a professional indemnity business.’ Daarbij wordt vermeld dat: ‘According to Lloyd’s Byelaw No 5 of 1989, a consortium means “a group of underwriters and, as the case may be, insurance companies who have agreed that in respect of a specific class of insurance business certain named or otherwise designated underwriters or insurance companies within that group may accept risks on behalf of all members of the group in accordance with the terms of the agreement between them.’
Zie EY 2014, p. 38, rn. 157.
Zie EY 2014, p. 38, rn. 158. Vgl. De Jong, ‘De gevolmachtigd agent doorgelicht’, NTHR 2017-6, p. 330 en De Jong 2016, p. 66.
Baarsma e.a. 2008, p. 12.
EY 2014, p. 109.
Zie Verordening 267/2010, artikel 1 lid 4. Deze Verordening heeft een belangrijke rol gespeeld bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van samenwerking in pools onder het kartelverbod, en komt later in dit hoofdstuk (par. 6.4.2) uitvoeriger aan bod.
Zie Verordening 267/2010, art. 1 lid 4. De Europese Commissie spreekt over ‘medeverzekeringspools’. Vgl. Verordening 358/2003, art. 2 lid 5. In Verordening 267/2010 is onder art. 1 lid 5 tevens een definitie opgenomen van medeherverzekeringspools. Bij de beoordeling onder het mededingingsrecht kom ik terug op de rol van Verordening 267/2010.
Dat impliceert dat daarvoor nooit een groepsvrijstelling heeft bestaan.
Een pool kan worden omschreven als een groep van verzekeraars die tegen vooraf besproken voorwaarden gezamenlijk bepaalde soorten risico’s (her)verzekeren. Pools worden ook wel coassurantiepools of medeverzekeringsgroepen/medeverzekeringspools genoemd.1 Al geruime tijd komt het voor dat in de verzekeringssector bepaalde soorten risico’s worden ondergebracht in pools.2 Vaak gaat het om risico’s die vanwege de enorme schadelast en/of het onvoorspelbare karakter moeilijk individueel zijn te verzekeren, zoals nucleaire, terrorisme- of milieurisico’s. We zien dan ook dat op dat terrein risico’s doorgaans in pools worden verzekerd en/of herverzekerd.3 Aansprekend is de terrorismepool, de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden (NHT). Maar pools kunnen ook worden gevormd voor de verzekering van eenvoudige of standaardrisico’s.4 Het gaat dan om pools die betrekking hebben op de verzekering van risico’s met een relatief geringe schadelast, zoals brand- of aansprakelijkheidspolissen, die ook goed door één individuele verzekeraar gedekt hadden kunnen worden. De pools die zich richten op de verzekering van zulke risico’s worden intermediaire pools genoemd omdat het de tussenpersoon (de intermediair) is die het initiatief neemt voor de oprichting van dergelijke pools.5 Dit in tegenstelling tot de pools voor moeilijk individueel te verzekeren risico’s die primair door verzekeraars worden gevormd. De gedachte achter intermediaire pools is dat risico’s sneller (en gemakkelijker) kunnen worden geaccepteerd. De keuze om de standaardrisico’s onder te brengen in een pool is daarmee doorgaans gebaseerd op efficiëntieoverwegingen; door één keer per jaar over de condities (premie en voorwaarden) te onderhandelen zouden kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd.6
Hiermee is een eerste duiding gegeven aan pools. Voordat ik uitgebreid(er) stilsta bij het onderscheid in pools en de motieven die aan pools ten grondslag liggen, zal ik eerst nader bespreken wat een pool nu precies inhoudt en hoe ‘pooling’ zich verhoudt tot de verzekering door middel van gewone coassurantie.
Kenmerkend voor de verzekering in een pool is dat van tevoren tussen de in een pool deelnemende partijen (de poolleden) wordt besproken tegen welke condities (de premie en de voorwaarden) risico’s binnen een pool worden verzekerd en/of herverzekerd.7 De poolleden zullen de (her)verzekeraars zijn die in een pool participeren. Zij spreken niet alleen af tegen welk aandeel zij (standaard) in een pool deelnemen, maar zullen in de regel ook afspraken maken over onder meer de te hanteren polisvoorwaarden, de te bieden dekking, de premies, de verzekeringsvormen, de limieten, de wijze van acceptatie, de schadebehandeling en de regels van de toe- en uittreding van een pool. Daarbij geldt in beginsel dat de poolleden naar rato van hun aandeel delen in de winst en het verlies van een pool.8
Op deze plaats is het goed om te vermelden dat het verzekeren in een pool verschilt van de verzekering door middel van gewone coassurantie. Een eerste verschil is dat bij coassurantie de aandelen van de verzekeraars per geval verschillend kunnen zijn, terwijl deze bij een pool bij voorbaat vaststaan. Verder geldt dat bij de verzekering in coassurantie in beginsel voor ieder risico steeds onderhandeld zal worden tussen de makelaar en de verzekeraars over hun aandeel (en de voorwaarden) waartegen zij dat risico wensen te verzekeren. Bij een pool daarentegen vindt de onderhandeling over de voorwaarden waartegen de verzekeraars deelnemen in de pool uitsluitend plaats ten tijde van de totstandkoming van de pool. Maar er zijn ook overeenkomsten tussen coassurantie en het verzekeren in pools. Evenals bij coassurantie zal er bij een pool sprake zijn van een leidende verzekeraar en enkele volgende verzekeraars. De leidende verzekeraar – in de praktijk aangeduid als ‘de poolleader’ – vervult (net als bij coassurantie) een belangrijke rol. Hij is degene die bindende beslissingen kan nemen over de acceptatie van risico’s en de afwikkeling van de schade.9
Het onderscheid tussen coassurantie en pools zien we duidelijk naar voren komen bij de omschrijving die door de Europese Commissie wordt gegeven van het begrip ‘medeverzekeringsgroepen/medeverzekeringspools’.10 De Europese Commissie geeft de volgende (uitvoerige) omschrijving:
‘Groepen die hetzij rechtstreeks hetzij via makelaars of erkende agenten door verzekeringsondernemingen zijn gevormd, met uitzondering van ad-hoc medeverzekeringsovereenkomsten op de inschrijvingsmarkt waarbij een bepaald gedeelte van een gegeven risico wordt gedekt door een leidende verzekeraar en het overige deel van het risico wordt gedekt door volgverzekeraars die worden uitgenodigd het resterende gedeelte van het risico te dekken en die: a) zich ertoe verplichten om namens en voor rekening van alle deelnemers verzekering te verschaffen voor een bepaalde risicocategorie, of b) het afsluiten en het beheer van de verzekering van een bepaalde risicocategorie op hun naam en voor hun rekening aan een van de verzekeringsondernemingen, aan een gemeenschappelijke makelaar of aan een daartoe opgericht gemeenschappelijk orgaan opdragen.’11
Deze omschrijving komt erop neer dat een coassurantiepool bestaat uit een groep verzekeraars die voor een bepaalde risicocategorie namens en voor rekening van alle poolleden een verzekering aanbiedt. Coassurantie, aangeduid als ‘ad-hoc medeverzekeringsovereenkomsten op de inschrijvingsmarkt…’, wordt daarmee – mijns inziens met recht – expliciet uitgesloten van de reikwijdte van het begrip pools.12 Volgens de Europese Commissie kan het afsluiten en het beheer van een verzekering door een van de poolleden, een gemeenschappelijke makelaar of een speciaal daartoe opgericht orgaan worden gedaan. Van belang is ten slotte dat in de omschrijving staat dat een pool via makelaars of erkende agenten door verzekeraars is gevormd. Dit brengt mij tot de vraag door wie een pool wordt opgericht. Die vraag staat in de volgende paragraaf centraal.