Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging
Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/0.2:0.2 Het belang en doel van het onderzoek
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/0.2
0.2 Het belang en doel van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
P.P.T. Bovend'Eert, m.m.v. C.A.J.M. Kortmann, Rechterlijke organisatie, rechters en rechtspraak, Alphen aan den Rijn: Kluwer 2008, p. 256; De Waard 1987, p. 120-121 en 129-130.
De Waard ziet ze als stamgenoten en spreekt zelfs over een verstrengeling tussen beide soorten beginselen in de praktijk van toetsing van bestuursbesluiten, De Waard 1987, p. 120-121 en 129.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het belang en het doel van dit onderzoek is eveneens drieledig. Uitvoerig onderzoek naar de op de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures toepasselijke normen en eisen onder de werking van de Awb is nog niet verricht, in het bijzonder niet naar de met rechtspraak bestaande overeenkomsten of gelijkenissen.
Doel van het onderzoek is allereerst het inzichtelijk maken van de voor de inrichting van de bestuurlijke voorprocedures geldende normen en vereisten, waarmee tegelijkertijd gepoogd wordt de positie van deze voorprocedures in het Nederlandse bestuursrecht te verduidelijken. Het onderzoek kan de rechtspraktijk handvatten bieden voor de wijze waarop de doorlopen bestuurlijke voorprocedure in een concreet geval beoordeeld moet worden en in welk perspectief deze bezien moet worden. Dat is van belang omdat het verloop van de bestuurlijke voorprocedures belangrijk, en in sommige gevallen zelfs bepalend, kan zijn voor het verloop c.q. de uitkomst van de procedure bij de bestuursrechter.
Ten tweede wordt met dit onderzoek getracht een bijdrage te leveren aan de nationale rechtsontwikkeling op het gebied van de eisen van behoorlijke rechtspraak. Hoewel de beginselen van behoorlijke rechtspraak reeds geruime tijd worden erkend in het nationale recht, is de aandacht voor deze beginselen en de ontwikkeling ervan, in vergelijking tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, beperkt.1 In dit onderzoek vervullen de reikwijdte en de uitwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspraak een belangrijke rol.
Met het voorgaande doel hangt het derde, en laatste, doel samen. Het bestuurlijk optreden, in welke fase van de procedure dan ook, wordt genormeerd door de beginselen van behoorlijk bestuur. Deze beginselen vormen soortgenoten2 van de beginselen van behoorlijke rechtspraak, maar hebben in beginsel een andere adressaat, namelijk niet de rechter, maar het bestuur. Omdat de bestuurlijke voorprocedures trekken van zowel bestuur als rechtspraak vertonen, kunnen de beide categorieën beginselen en de daaruit voortvloeiende eisen elkaar voor de bestuurlijke voorprocedures overlappen. Vanwege de mogelijke verschillen in inhoud en rechtsgevolgen die verbonden worden aan schendingen van de onderscheiden beginselen en de daaruit voortvloeiende eisen is het voor de rechtspraktijk van belang dat inzichtelijk wordt welke eisen van toepassing zijn op de bestuurlijke voorprocedures en in hoeverre er verschillen bestaan tussen beide categorieen beginselen en de daaruit voortvloeiende eisen. Verduidelijking van de verhouding tussen deze twee categorieën beginselen, in het bijzonder van de verhouding tussen de formele beginselen van behoorlijk bestuur en de beginselen van behoorlijke rechtspraak is daarom geboden.