De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.4:2.4 Conclusie en vooruitblik
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.4
2.4 Conclusie en vooruitblik
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702010:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stonden de verschijningsvormen van de schadedeskundigen centraal. Ik heb het juridische kader waarbinnen de schadedeskundigen opereren inzichtelijk gemaakt aan de hand van de beantwoording van verschillende vragen. In dit hoofdstuk is helder geworden in welke wetten en regels de schadedeskundigen voorkomen, hoe het benoemingsproces er in die regelingen uitziet en met welke adviestaak deskundigen worden belast.
In de eerste plaats heb ik in § 2.2 de inzet en rol van deskundigen in de onteigeningswet besproken. Dat heb ik gedaan aan de hand van de belangrijkste componenten van de deskundigenprocedure in het onteigeningsrecht. Daarbij is per afzonderlijk component aangegeven welke wijzigingen de nieuwe onteigeningsregeling in de Omgevingswet zal aanbrengen. De conclusie die kan worden getrokken is dat de inzet en rol van deskundigen in het onteigeningsrecht in de nieuwe onteigeningsregeling op hoofdlijnen gelijk blijft. Er vinden wel concrete wijzigingen plaats – bijvoorbeeld rondom de descente of in de verschijningsvormen die het deskundigenbericht kan aannemen – maar de verplichte inschakeling, alsmede het inquisitoire en integrale karakter van de adviestaak blijven intact.
Daarna heb ik een selectie van wetten en regels op het gebied van de nadeelcompensatie besproken. Het maken van een dergelijke selectie was nodig, omdat het nadeelcompensatielandschap sterk is versplinterd. Met de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb zal voor het eerst worden voorzien in een algemene en uniforme nadeelcompensatieregeling. Titel 4.5 alsmede de algemene deskundigenregeling uit afdeling 3.3 Awb heb ik in § 2.3.2 als eerste behandeld. Vervolgens is in § 2.3.3 de wellicht meest bekende deskundige uit de huidige nadeelcompensatieregelingeving aan bod gekomen, namelijk de planschadeadviseur uit het systeem van Wro, Bro en gemeentelijke procedureverordening planschade. Dat systeem gaat binnenkort op in afdeling 15.1 van de Omgevingswet. De inzet en rol van de deskundige in afdeling 15.1 Omgevingswet heb ik in § 2.3.4 besproken. Tenslotte heb ik aandacht besteed aan de inzet en rol van de deskundige in enkele buitenwettelijke en decentrale nadeelcompensatieregelingen. Dergelijke regelingen zijn in de huidige praktijk van groot belang en lijken – gelet op de weinige regels die titel 4.5 Awb en afdeling 15.1 Omgevingswet over deskundigen stelt – van belang te blijven.
Een belangrijke conclusie die op het gebied van de nadeelcompensatie kan worden getrokken, is dat er in de regelgeving een zekere trend waarneembaar is waarin de inzet en rol van de schadedeskundige aan belang inboet. In oudere nadeelcompensatieregelgeving was de hoofdregel dat steeds deskundigen moesten worden benoemd, tenzij de aanvraag kennelijk ongegrond was (zie bijvoorbeeld art. 6.1 Wro jo. art. 6.1.3.2 Bro). In nieuwere regelgeving – waaronder titel 4.5 Awb en afdeling 15.1 Omgevingswet – is die hoofdregel aldus gewijzigd dat het betrokken bestuursorgaan de aanvraag zoveel mogelijk zelf afdoet. Ook wordt in de nieuwere regelgeving vaker voorgesteld om niet steeds een integraal advies van de deskundige te vragen, maar uitsluitend advies in te winnen over de aspecten die zich buiten de expertise van het bestuursorgaan bevinden (zie in dit kader bijvoorbeeld de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen of de nieuwe modelverordening van de VNG).
Met die conclusie is dit hoofdstuk nu afgesloten. Het juridische kader waarbinnen schadedeskundigen opereren, is geschetst. In het volgende hoofdstuk wordt dat juridische kader verder uitgebouwd. In dat hoofdstuk onderzoek ik de historische herkomst van de positie van de schadedeskundige. Met betrekking tot het nadeelcompensatierecht beperk ik mij tot de geschiedenis van de planschadeadviseur. Dat is (en blijft) namelijk de bekendste en in de praktijk meest belangrijke nadeelcompensatiedeskundige.