FED 2013/86
Maakt belanghebbende aanspraak op de dooruitdelingskorting van art. 11 Wet op de dividendbelasting 1965? Uitleg buitenlands belastingrecht
HR 12-07-2013, ECLI:NL:HR:2013:55, m.nt. P.G.H. Albert
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2013
- Magistraten
Lourens, Bavinck, Van Loon, Fierstra, Van Kalmthout
- Zaaknummer
11/01120
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
P.G.H. Albert
- LJN
BU3798
- JCDI
JCDI:ADS273632:1
- Vakgebied(en)
Dividendbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:55, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2013
ECLI:NL:PHR:2011:BU3798, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑10‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑04‑2011
- Wetingang
Art 11DB 1965
Essentie
Maakt belanghebbende aanspraak op de dooruitdelingskorting van art. 11 Wet op de dividendbelasting 1965? Uitleg buitenlands belastingrecht
Uitspraak
Het geschil betreft de naheffingsaanslagen dividendbelasting.
OP HET BEROEP IN CASSATIE VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN OVERWEEGT DE HOGE RAAD:
3.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1.
Belanghebbende vormt een fiscale eenheid in de zin van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met haar dochtervennootschap [A] Holding B.V. (hierna: Holding BV). [B] Plc (hierna: Plc), een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde dochtervennootschap van Holding BV, heeft in het jaar 2005 een dividend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.