T&C Strafrecht, commentaar op art. 266 Sr:Eenvoudige belediging
T&C Strafrecht, commentaar op art. 266 Sr
Eenvoudige belediging
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
A.L.J. Janssens, actueel t/m 15-10-2025
Actueel t/m
15-10-2025
Tijdvak
01-05-1984 tot: -
Auteur
A.L.J. Janssens
Vindplaats
T&C Strafrecht, commentaar op art. 266 Sr
Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Het delict eenvoudige belediging onderscheidt zich van smaad doordat de eenvoudige belediging geen verplicht middel tot belediging kent. Veroordeling ter zake van art. 266 vereist immers geen tenlastelegging van een bepaald feit. Er is sprake van eenvoudige belediging wanneer iemands eer of goede naam wordt aangerand, oftewel: wanneer iemands morele integriteit wordt aangerand of aangetast (vgl. de Inleidende opmerkingen bij Titel XVI, aant. 1). Dit kan op meerdere wijzen geschieden. In de eerste plaats in het openbaar (mondeling, bij geschrift, bij afbeelding). De beledigde hoeft daarbij niet aanwezig te zijn. In de tweede plaats ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafrecht, commentaar op art. 266 Sr
Eenvoudige belediging
A.L.J. Janssens, actueel t/m 15-10-2025
15-10-2025
01-05-1984 tot: -
A.L.J. Janssens
T&C Strafrecht, commentaar op art. 266 Sr
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Onbekend (V)
misdrijf
eenvoudige belediging
belediging
Wetboek van Strafrecht artikel 266
1. Algemeen
Het delict eenvoudige belediging onderscheidt zich van smaad doordat de eenvoudige belediging geen verplicht middel tot belediging kent. Veroordeling ter zake van art. 266 vereist immers geen tenlastelegging van een bepaald feit. Er is sprake van eenvoudige belediging wanneer iemands eer of goede naam wordt aangerand, oftewel: wanneer iemands morele integriteit wordt aangerand of aangetast (vgl. de Inleidende opmerkingen bij Titel XVI, aant. 1). Dit kan op meerdere wijzen geschieden. In de eerste plaats in het openbaar (mondeling, bij geschrift, bij afbeelding). De beledigde hoeft daarbij niet aanwezig te zijn. In de tweede plaats ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.