De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.3.3:6.2.3.3 Waarom was de aanvaardbaarheid van totale zitting soms twijfelachtig?
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.3.3
6.2.3.3 Waarom was de aanvaardbaarheid van totale zitting soms twijfelachtig?
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS365420:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In totaal 33 partijen (13.6%) en 26 advocaten (9.7%) vonden de aanvaardbaarheid van de totale procedure tijdens de zitting twijfelachtig (`beetje oneens/beetje eens’ geantwoord). Negenentwintig partijen en drieëntwintig advocaten hebben dit antwoord toegelicht tijdens de interviews. Hierbij werd een aantal aspecten opnieuw genoemd die de procesdeelnemers eerder al naar voren brachten bij hun toelichting op de aanvaardbaarheid van de behandeling. Deze antwoorden worden hier niet opnieuw besproken.
Bij drie zittingen gaven drie procesdeelnemers aan de aanvaardbaarheid van de totale zitting twijfelachtig te vinden. Bij de eerste zitting waren dat de eiser, zijn advocaat en de gedaagde. De eiser vond dat omdat de wederpartij dingen had gezegd die niet waar waren. Zijn advocaat had kritiek op de manier waarop de rechter een voorlopig oordeel had gegeven: ‘de bejegening van de andere advocaat was sterk op de man gespeeld. Daarom werden de verhoudingen op scherp gezet en een schikking zat er vervolgens niet meer in. Dat vond ik jammer.’ De gedaagde vond het ‘erg slecht’ dat de rechter zich telkens moest beraden en hij had zelf veel eerder weg gewild. Overigens heeft zijn advocaat de stelling beantwoord met ‘zeer oneens’ en vertelde in het interview het volgende: ‘de rechter was zeer onervaren. Hij heeft twee keer geschorst voor beraad en dat kostte erg veel tijd. Hij kwam niet standvastig over, had zijn kennis niet paraat en moest steeds schorsen om deze op te doen. Verder gaf hij totaal geen richting aan de weg die nu gevolgd moet worden, ook niet in verband met de bewijslast.’
In de tweede zitting waren het de eiser, gedaagde en de advocaat van gedaagde die de aanvaardbaarheid van de totale zitting twijfelachtig vonden. De eiser vond de zitting te lang duren. De rechter had volgens hem meer ‘to the point’ moeten komen. De gedaagde had zich erop ingesteld dat er een schikking tot stand zou komen en is teleurgesteld dat dat niet het geval was (zonder de rechter overigens in dit kader iets te verwijten). Zijn advocaat was niet tevreden over de hoor en wederhoor ter zitting, omdat de rechter volgens hem in verhouding te veel inging op de vordering van de wederpartij. Overigens vond de advocaat van gedaagde de zitting onaanvaardbaar, omdat de rechter volgens hem te dwingend was ten aanzien van het treffen van een regeling (`hij leek geen nee te accepteren’).
Bij de derde zitting twijfelden de eiser en beide advocaten over de aanvaardbaarheid van de zitting. De eiser vond dat de rechter meer had mogen sturen bij het schikken. Wat meer sturing en informatie hadden een schikking volgens hem zeer waarschijnlijk gemaakt. De advocaten hadden op hele andere aspecten kritiek. De advocaat van eiser zei: ‘De rechter gaf eerst de indruk dat re- en dupliek mogelijk was en vond dat later niet meer nodig en wilde enkel vragen stellen voor het vonnis. Zo zet je mensen op het verkeerde been’. De advocaat van gedaagde vond de andere advocaat erg luidruchtig tijdens de zitting en heeft het als negatief ervaren dat de rechter niets deed om dit te stoppen.
Wat bij deze antwoorden opvalt, is dat bij alle drie de zittingen opmerkingen zijn gemaakt over de manier waarop de rechter een schikking heeft beproefd. Daar zijn ook door enkele andere partijen en advocaten die de gang van zaken op de zitting twijfelachtig vonden, opmerkingen over gemaakt (box 28). Hieruit blijkt wel dat het lastig is voor rechters om de schikking op een dusdanige manier te beproeven dat er vanuit de procesdeelnemers geen kritiek komt dat zij of te weinig hebben geholpen met een schikking of juist te veel hebben aangedrongen op een schikking.
Box 28: De toelichtingen van zes partijen en negen advocaten waarom zij de aanvaardbaarheid van de gang van zaken op de zitting twijfelachtig vonden
Partijen:
1. ‘De rechter was zeer stelling.’
2. ‘Alle onderhandelingsruimte ter zitting werd weggenomen door het voorlopig oordeel van de rechter.’
3. ‘Ik had geen keuze meer om door te procederen door het voorlopig oordeel van de rechter. Hierdoor had ik het gevoel dat ik wel moest schikken. Van de andere kant wist ik wel dat de kans bestond dat het voorlopig oordeel van de rechter in mijn nadeel zou uitvallen.’
4. ‘De rechter heeft me tot schikken gedwongen.’
5. ‘Inhoudelijk ben ik niet tevreden. Ik had ook een ander beeld van de zitting. De rechter gaf vooraf al aan dat een schikking niet haalbaar was en dat was niet prettig. Ook had hij een eenzijdige invalshoek qua problematiek.’
6. ‘In totaal hebben we meer dan een uur op de gang onderhandeld. Dat vond ik veel te lang. De rechter had moeten ingrijpen.’
Advocaten:
1. ‘De procedure leverde voor mijn cliënt geen rechtvaardig gevoel op doordat er een te snel en te hard voorlopig oordeel werd gegeven.’
2. ‘De zitting gaf weinig mogelijkheden voor een alternatieve oplossing doordat de rechter te veel op de bewijslast bleef hangen.’
3. ‘De rechter heeft te veel aangedrongen op een schikking.’
4. ‘De rechter had zich in eerste instantie moeten beperken tot het bespreken van de vorderingen en verweren in plaats van per punt meteen een voorlopig oordeel te geven. Zijn voorlopige oordelen leiden nu toe een dwangmatig hoog bedrag voor de schikking.’
5. ‘Het beproeven van een schikking nam veel tijd in beslag. Bovendien viel de rechter in herhaling bij het noemen van de voordelen van een schikking. Hij heeft vaak gezegd dat doorprocederen veel tijd kost, duur is en met de nodige emoties gepaard gaat.’
6. ‘De comparitie na antwoord wordt erg beïnvloed door de drukte bij de rechtbank. Hierdoor gaat het eigen belang van de rechtbank meespelen en zetten rechters meer druk achter het schikken.’
7. ‘Mijn cliënt had meer kans gehad bij een ervaren rechter omdat deze meer moeite zou hebben gedaan om een schikking tot stand te brengen. Een meer ervaren rechter zou
geen genoegen hebben genomen met het antwoord van de andere advocaat (‘nee, daar wil ik niets over kwijt’) toen de rechter vroeg of partijen iets kwijt wilden waarom zij het niet eens waren geworden.’
8. ‘De rechter heeft te weinig druk uitgeoefend om te schikken.’
9. ‘Ik kon merken dat de rechter weinig ervaring had. Hij is er niet in geslaagd om partijen bereid te maken om te schikken. Dit had hij kunnen doen door de zwakke punten van partijen te benadrukken, zodat partijen onzeker worden over het vonnis en sneller tot schikken geneigd zijn.’
Samenvattend kan de volgende lijn uit toelichtingen op de stelling ‘ik vind de totale procedure (= gang van zaken) tijdens de zitting vandaag aanvaardbaar’ worden gehaald. De antwoorden komen sterk overeen met de antwoorden die partijen en advocaten bij de aanvaardbaarheid van de behandeling gegeven hebben. Wat bij de positieve antwoorden in de onderhavige paragraaf echter opvalt, is dat een goede leiding van de zitting door de rechter, een rechter die behulpzaam is bij het vinden van een oplossing en een rechter die geen dwang uitoefent door partijen en advocaten vaker genoemd worden. Wat bij de negatieve en twijfelachtige antwoorden vooral sterk naar voren komt, is de kritiek op de manier waarop de rechter een schikking heeft beproefd: soms helpt de rechter niet genoeg en soms ‘helpt’ hij te veel.