Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/10:Hoofdstuk 10 Inleiding
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/10
Hoofdstuk 10 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232857:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande deel zijn de civielrechtelijke kenmerken van bewind, certificering en APV’s geanalyseerd. In dit deel zal ik onderzoeken wat de fiscale gevolgen van het instellen van deze beschermingsfiguren zijn. De achterliggende gedachte is de toepasbaarheid van een beschermingsfiguur vanuit fiscaal perspectief: zelfs als deze figuur vanuit een civielrechtelijk perspectief de mogelijkheid biedt om een duurzame scheiding van juridische zeggenschap en economisch belang tot stand te brengen, dan kunnen de fiscale consequenties van dien aard zijn dat toepassing van de desbetreffende beschermingsfiguur “fiscale zelfmoord” impliceert. Vraag is derhalve in hoeverre de toepassing van een beschermingsfiguur leidt tot een verhoging van de belastingdruk en in het verlengde daarvan in hoeverre het gerechtvaardigd is dat dit het geval is. Niet ieder fiscaal knelpunt hoeft immers zonder legitieme reden te zijn; als het desbetreffende knelpunt bijvoorbeeld voortvloeit uit het tegengaan van misbruik, kan sprake zijn van een rechtvaardiging voor de aanwezigheid van een knelpunt.
In dit hoofdstuk zal ik dan ook niet alleen ingaan op de fiscale gevolgen van een beschermingsfiguur, maar ook op de vraag in hoeverre sprake is van fiscale knelpunten. Allereerst worden echter voor bewind, certificering en het APV de fiscale gevolgen besproken, waarbij de nadruk op de APV-regeling ligt. In beginsel wordt daarbij grotendeels geabstraheerd van de aard van de onderliggende goederen, met één uitzondering: aangezien certificering van aanmerkelijkbelangaandelen een zeer veel voorkomende figuur is, ga ik wel dieper op deze specifieke variant in. Als voorvraag behandel ik hierbij voorts kort de algemene aspecten van waardering, aangezien deze voor de fiscale behandeling van meerdere beschermingsfiguren van belang (kunnen) zijn. Ten slotte komen, voor zover geen sprake is van fiscale neutraliteit en dit een gevolg is van juridische onvolkomenheden in de wetgeving, de hieruit voortvloeiende fiscale knelpunten aan de orde. Daarbij bespreek ik tevens mogelijke oplossingen voor deze knelpunten.
Tot slot merk ik op dat de focus van dit deel ligt op de belastingen die in het kader van (de bescherming van) familievermogen van het grootste belang zijn: de schenk- en erfbelasting en de inkomstenbelasting. Desalniettemin is ook hier sprake van een beperkte uitzondering: aangezien een STAK of een APV ook belastingplichtig kunnen zijn in Nederland, wordt hier kort aandacht aan besteed. Voorts wordt ingegaan op de samenloop van dividendbelasting en inkomstenbelasting in geval van een APV.