Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/73.2
73.2 Iets meer over normalisatie en gebruik ervan door de overheid
prof. dr. A.R. Neerhof, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. dr. A.R. Neerhof
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
F.J. van Ommeren, ‘Wetgevingsbeleid: remedies en instrumenten’, in: S.E. Zijlstra (red.), Wetgeven. Handboek voor de centrale en decentrale overheid, Deventer: Kluwer 2012, p. 217; vgl. C. Stuurman, Technische normen en het recht: beschouwingen over de interactie tussen het recht en technische normalisatie op het terrein van informatietechnologie en telecommunicatie, Deventer: Kluwer 1995, p. 14-17. Zie voor definities ook reeds: Kamerstukken II 1999/00, 21670, 10, p. 4.
ISO 9001.
De internationale en Europese normalisatie-instellingen zijn samenwerkingsverbanden van nationale normalisatie-instellingen.
Beide zijn private instellingen zonder winstoogmerk. Zij hebben een eigen bestuur, maar werken nauw samen. Zij hebben één gecombineerd onderkomen en de ondersteuning geschiedt door een gemeenschappelijk bureau, het bureau NEN. Normen worden uitgebracht onder de benaming ‘NEN-normen’. Zie A.R. Neerhof, ‘Alternatief bestuursrecht: normalisatie en conformiteitsbeoordeling in het publieke belang’, in: Hybride bestuursrecht (VAR-reeks 156), Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2016, p. 196.
Verwijzingen naar normen kunnen dwingend of niet-dwingend zijn. Ik kan hier verder hier niet op in gaan. Zie: Neerhof 2016, p. 203-205, Kamerstukken II 2010/11, 27406, 193, p. 4-5.
Dit geschiedde conform de zogenoemde Nieuwe Aanpak (Europese Commissie, De voltooiing van de interne markt, COM (1985) 310 def). Zijn opvolger is het Nieuwe wetgevingskader (zie hierover Mededeling van de Commissie, Richtlijnen voor de uitvoering van de productvoorschriften van de EU (de „Blauwe Gids’) 2016, PbEU 2016 C 272/9-12). Dit kader kent twee belangrijke aanvullende instrumenten: Verordening 765/2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten, PbEU 2008, L 218/30, en Besluit 768/2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten, PbEU 2008, L 218/82. De Europese wetgever heeft voor 27 productgroepen richtlijnen of verordeningen vastgesteld. Zie hierover: Algemene Rekenkamer, Producten op de Europese markt: CE-markering ontrafeld, 2016, p. 5, 16, 20-23.
Verordening 1025/2012 (Normalisatieverordening). Ook de productregelgeving zelf kan ter zake nog iets bepalen. Zie bijv. art. 17, vijfde lid, tweede volzin, Verordening (EU) nr. 305/2011 van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG (Verordening bouwproducten). Zie verder ook Mededeling van de Commissie, de ‘Blauwe Gids’) 2016, PbEU 2016 C 272/45.
Art. 3, lid 2, Besluit 768/2008.
Met normalisatie kunnen bedrijven kennis, technologie en bedrijfspraktijken gemakkelijker uitwisselen. De afspraken worden tenslotte gemaakt met het oog op afstemming van producten, productie- en managementprocessen op de aanwezige marktvraag of op bepaalde maatschappelijke belangen. Zo zijn er bijvoorbeeld voor de bouw Europese (EN) en nationale (NEN) normen voor constructieve veiligheid ontwikkeld waaraan nieuwe woningen moeten voldoen.
Een normalisatie-instituut is een onafhankelijke private organisatie. Onder zijn begeleiding stellen normcommissies normen vast.1 Zowel bij internationale, Europese als nationale normalisatie wordt het principe gehanteerd dat in de normcommissie alle belanghebbende groeperingen zijn vertegenwoordigd.
Internationale normen worden vastgesteld door de International Standards Organisation (ISO).2 Europese normen worden vastgesteld door het Comité Européen de Normalisation (CEN) en het Comité Européen de Normalisation Électrotechnique (CENELEC), samenwerkend als CEN/CENELEC, en het European Telecommunications Standards Institute (ETSI).3 Op nationaal niveau hebben wij het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI) en het Nederlands Elektronisch Comité (NEC), die samenwerken als ‘NEN’.4
De nationale en de Europese wetgever maken gebruik van normalisatie, door er naar te verwijzen onderscheidenlijk door normalisatie-instellingen op te dragen wettelijke voorschriften nader uit te werken.5 Naar NEN-normen wordt bijvoorbeeld verwezen in het Bouwbesluit 2012, een algemene maatregel van bestuur op grond van de Woningwet. Aan bepaalde eisen van het Bouwbesluit 2012 kan worden voldaan door NEN-normen toe te passen waarnaar dit besluit verwijst. De oorspronkelijk private normen worden door verwijzing onderdeel van bestuursrechtelijke regelgeving en kunnen met bestuursrechtelijke sancties worden gehandhaafd.
In Europese productregelgeving worden sinds medio jaren tachtig alleen de ‘essentiële eisen’ waaraan producten moeten voldoen, zoals die met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu, vastgelegd. Deze eisen zijn in algemene bewoordingen geformuleerd.6 Gedetailleerde, technische uitwerkingen van de essentiële eisen zijn neergelegd in ‘geharmoniseerde normen’. Deze normen worden krachtens een verzoek van de Europese Commissie op grond van een verordening of richtlijn vastgesteld door een erkende Europese normalisatie-instelling, dat wil zeggen door CEN/Cenelec of ETSI.7 De opgestelde geharmoniseerde normen hebben eerst rechtsgevolgen voor marktdeelnemers als de Commissie het referentienummer van de norm heeft gepubliceerd in een lijst in het Publicatieblad van de Europese Unie. Publicatie door de Commissie vindt plaats als een geharmoniseerde norm voldoet aan de eisen die hij beoogt te dekken. Deze zijn vastgesteld in de overeenkomstige harmonisatiewetgeving van de Unie (artikel 10, vijfde en zesde lid, Normalisatieverordening).8 Na deze publicatie is aan toepassing van de norm het vermoeden verbonden van conformiteit van een product met essentiële eisen in de desbetreffende harmonisatiewetgeving (productregelgeving).9