PJ 2014/71
Hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de Wet Bpf? Verjaring van de vordering. Tijdige melding van betalingsonmacht?
Rb. Amsterdam 26-02-2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1127
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
26 februari 2014
- Magistraten
Mr. G.W.K. van der Valk Bouman
- Zaaknummer
C/13/514898 / HA ZA 12-461
- Vakgebied(en)
Pensioenen / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2014:1127, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 26‑02‑2014
- Wetingang
Art. 21, 23 Wet Bpf; art. 3:307, 3:317 BW
Essentie
Hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de Wet Bpf? Verjaring van de vordering. Tijdige melding van betalingsonmacht?
Samenvatting
Het bedrijfstakpensioenfonds stelt bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor niet betaalde premies, enerzijds op grond van onrechtmatige daad, anderzijds op grond van artikel 23 Wet Bpf. De vordering op grond van onrechtmatige daad wordt afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd waaruit onrechtmatig handelen zou hebben bestaan. De vordering jegens bestuurders op grond van artikel 23 Wet Bpf is verjaard, want het fonds heeft wel jegens de rechtspersoon aanspraak gemaakt op betaling, maar daarmee de — zelfstandige — vordering tegen de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.