Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/1.3:1.3 Probleemstelling en vraagstelling
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/1.3
1.3 Probleemstelling en vraagstelling
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585909:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Inning, bevrijdende betaling, verrekening en afdracht van het geïnde.
Zie Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 11; en Kamerstukken I 2003-2004, 28 878, nr. C, p. 3.
Zie bijvoorbeeld Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 257 e.v.; en Wibier 2009.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
3. Over de rechtsgevolgen van een stille cessie bestaat evenwel minder duidelijkheid. De wetgever heeft met de invoering van art. 3:94 lid 3 BW de stille cessie voor de praktijk mogelijk gemaakt. Hij heeft daarbij echter geen (afzonderlijke) wettelijke regeling gegeven omtrent de rechtsgevolgen van de stille cessie. Alleen in de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW heeft de wetgever hierover een bepaling gegeven. De tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW bepaalt dat de cessie niet aan de schuldenaar kan worden tegengeworpen dan na mededeling daarvan aan de schuldenaar door de stille cedent of de stille cessionaris.
De betekenis van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW is onduidelijk. De bepaling lijkt te zijn geschreven ter bescherming van de rechtspositie van de schuldenaar, maar is door de wetgever ook als de grondslag voor de inningsbevoegdheid van de stille cedent genoemd. Deze opvatting van de wetgever is door een aantal auteurs omarmd en door een aantal auteurs bekritiseerd. Over de betekenis van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW voor de rechtspositie van de schuldenaar is weinig geschreven.
In de parlementaire geschiedenis is, afgezien van enkele onderwerpen,1 aan de rechtsgevolgen van de stille cessie niet of nauwelijks aandacht besteed. De wetgever heeft volstaan met de opmerking dat ten aanzien van de stille cessie zoveel mogelijk aansluiting moet worden gezocht bij de stille verpanding.2 Ook deze opvatting van de wetgever is door een aantal auteurs bekritiseerd. In de handboeken is tot dusverre nauwelijks aandacht besteed aan de rechtsgevolgen van de stille cessie.3 Derhalve bestaat over de rechtsgevolgen van de stille cessie onduidelijkheid, terwijl het rechtsinstrument voor de rechtspraktijk zo belangrijk is.
De vraagstelling van deze studie is wat de rechtsgevolgen van de stille cessie zijn. Deze vraagstelling bestaat uit drie deelvragen. Ten eerste, wat zijn de bevoegdheden en rechten van de stille cedent en de stille cessionaris ten aanzien van de stil gecedeerde vordering? Bijvoorbeeld, wie is inningsbevoegd? Ten tweede, wat is de rechtspositie van de schuldenaar? Bijvoorbeeld, aan wie kan de schuldenaar bevrijdend betalen? En ten derde, wat is de inhoud van de rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris? Bijvoorbeeld, dient de stille cedent het geïnde aan de stille cessionaris af te dragen?