NJB 2025/505
Uitleg over de manier waarop de minister moet motiveren dat hij geen gebruik maakt van de discretionaire bevoegdheid in artikel 17 van de Dublinverordening om een asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen.
ABRvS 25-02-2025, ECLI:NL:RVS:2025:717
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
25 februari 2025
- Magistraten
Mrs. Wissels, Borman, De Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202407656/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2025:717, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 25‑02‑2025
- Wetingang
(artikel 17 Dublinverordening, artikel 30 Vw 2000)
Essentie
Uitleg over de manier waarop de minister moet motiveren dat hij geen gebruik maakt van de discretionaire bevoegdheid in artikel 17 van de Dublinverordening om een asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: de Minister van Asiel en Migratie, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 10 december 2024 in zaak nr. NL24.19024 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de minister.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 30 april 2024 heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.