Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1129 wat betreft de vorm, de inhoud, de controle en de goedkeuring van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 809/2004
Bijlage 17 Effecten met van een onderliggende waarde afhankelijke verplichting tot betaling of levering
Geldend
Geldend vanaf 11-07-2019
- Bronpublicatie:
14-03-2019, PbEU 2019, L 166 (uitgifte: 21-06-2019, regelingnummer: 2019/980)
- Inwerkingtreding
11-07-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-03-2019, PbEU 2019, L 166 (uitgifte: 21-06-2019, regelingnummer: 2019/980)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
AFDELING 1 | RISICOFACTOREN | |
Rubriek 1.1 | Risicofactoren die van wezenlijk belang zijn voor de effecten die worden aangeboden en/of tot de handel worden toegelaten, moeten op opvallende wijze worden vermeld in een afzonderlijke rubriek met als titel ‘Risicofactoren’ om het mogelijk te maken het aan deze effecten verbonden marktrisico in te schatten. In voorkomend geval moet deze rubriek ook een risicowaarschuwing bevatten om beleggers erop te attenderen dat zij de waarde van hun belegging eventueel geheel of gedeeltelijk kunnen verliezen, naargelang van het geval, en indien de aansprakelijkheid van de belegger verder gaat dan de waarde van zijn belegging, de vermelding van dat feit, samen met een beschrijving van de omstandigheden waaronder deze aanvullende aansprakelijkheid ontstaat en van de vermoedelijke financiële gevolgen daarvan. | Categorie A |
AFDELING 2 | INFORMATIE OVER DE EFFECTEN DIE ZULLEN WORDEN AANGEBODEN/TOT DE HANDEL ZULLEN WORDEN TOEGELATEN | |
Rubriek 2.1 | Informatie over de effecten | |
Rubriek 2.1.1 | Een heldere en uitvoerige uitleg om beleggers te helpen begrijpen hoe de waarde van hun belegging door de waarde van het onderliggende instrument wordt beïnvloed, vooral onder de omstandigheden waarbij de risico's het grootst zijn, tenzij de effecten een nominale waarde per eenheid hebben van ten minste 100 000 EUR of alleen tegen betaling van ten minste 100 000 EUR per effect kunnen worden verworven, of alleen mogen worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een bepaald segment daarvan, waartoe alleen gekwalificeerde beleggers toegang kunnen krijgen. | Categorie B |
Rubriek 2.1.2 | Afloop- of vervaldatum van de derivaten en de uitoefeningsdatum of laatste referentiedatum daarvan. | Categorie C |
Rubriek 2.1.3 | Vermelding van de afwikkelingsprocedure van de derivaten. | Categorie B |
Rubriek 2.1.4 | Een beschrijving van: | |
| Categorie B | |
| Categorie C | |
| Categorie B | |
Rubriek 2.2 | Informatie over de onderliggende waarde | |
Rubriek 2.2.1 | Uitoefenprijs of laatste referentieprijs van de onderliggende waarde. | Categorie C |
Rubriek 2.2.2 | Vermelding van het type onderliggende waarde. | Categorie A |
Nadere bijzonderheden van de plaats waar informatie over de onderliggende waarde beschikbaar is, met inbegrip van een vermelding van de plaats waar informatie over het in het verleden behaalde en toekomstige rendement van de onderliggende waarde en de volatiliteit ervan elektronisch beschikbaar is en of deze gratis beschikbaar is; | Categorie C | |
Wanneer de onderliggende waarde een effect is: | ||
| Categorie C | |
| Categorie C | |
wanneer de onderliggende waarde een referentie-entiteit of referentieverplichting is (voor credit-linked effecten): | ||
| ||
| Categorie A | |
| Categorie C | |
| ||
| Categorie C | |
| Categorie C | |
Wanneer de onderliggende waarde een index is: | ||
| Categorie C | |
| Categorie A | |
| Categorie B | |
De punten b) en c) zijn niet van toepassing wanneer de beheerder van de index is opgenomen in het op grond van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/1011 (1) door de ESMA bijgehouden openbare register. | ||
| Categorie C | |
Wanneer de onderliggende waarde een rentevoet is, een beschrijving van de rentevoet. | Categorie C | |
Wanneer de onderliggende waarde niet tot een van de bovengenoemde categorieën behoort, bevat de verrichtingsnota gelijkwaardige informatie. | Categorie C | |
Wanneer de onderliggende waarde een korf van onderliggende waarden is, wordt voor elke onderliggende waarde de bovengenoemde informatie en het respectieve gewicht van elke onderliggende waarde in de korf bekendgemaakt. | Categorie C | |
Rubriek 2.2.3 | Beschrijving van enigerlei marktverstorende of afwikkelingsverstorende gebeurtenissen of kredietgebeurtenissen die van invloed zijn op de onderliggende waarde. | Categorie B |
Rubriek 2.2.4 | Aanpassingsregels voor gebeurtenissen die van invloed zijn op de onderliggende waarde. | Categorie B |
AFDELING 3 | AANVULLENDE INFORMATIE | |
Rubriek 3.1 | Vermelding in het prospectus of de uitgevende instelling al dan niet voornemens is na de uitgifte informatie te verstrekken. Wanneer de uitgevende instelling heeft aangegeven dat zij voornemens is dergelijke informatie te verstrekken, specificeert zij in het prospectus welke informatie zal worden medegedeeld en waar deze kan worden verkregen. | Categorie C |
Voetnoten
Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1).