NJ 2025/223
Vermogensrecht. Verjaring. Vernietigingsbevoegdheid niet-handelende echtgenoot (art. 1:88 BW); aanvang verjaringstermijn (art. 3:52 BW); maatstaf; bekendheid met vernietigingsbevoegdheid vereist? Betekenis rechtspraak m.b.t. art. 3:310 lid 1 BW.
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1168
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02977
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD24101:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1168, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:555, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2024
- Wetingang
Samenvatting
Een rechtsvordering tot vernietiging van een leaseovereenkomst die aan de echtgenoot van degene die deze overeenkomst heeft gesloten toekomt op grond van het ontbreken van toestemming als bedoeld in art. 1:88 lid 1 onder d BW, verjaart drie jaren na het tijdstip waarop die echtgenoot daadwerkelijk met de overeenkomst bekend is geworden (art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.