Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.2
3.2 Analyse van het toetsingskader (1): Het eigendomsbegrip van artikel 1 Eerste Protocol
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197364:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het eigendomsbegrip van artikel 1 Eerste Protocol onder meer Alkema 2000, Barkhuysen, Van Emmerik & Ploeger 2005, p. 56-60 en Orebrech 2009, p. 64-76 en Sluysmans & De Graaff 2014.
Zie bijvoorbeeld EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11 (N.K.M. v. Hungary), EHRC 2013/170 m.nt. Leijten, par. 33.
EHRM 30 april 2013, nr. 37265/10 (Lohuis and Others v. The Netherlands), EHRC 2013/201 m.nt. de Kam.
EHRM 26 juni 1986, nrs. 8543/79; 8674/79; 8675/79; 8685/79 (Van Marle and others v. The Netherlands).
EHRM 7 juli 1989, nr. 10873/84 (Tre Traktörer v. Sweden).
EHRM 15 september 2009, nr. 10373/05 (Moskal v. Poland), EHRC 2009/120 m.nt. Pennings.
EHRM 16 april 2002, nr. 36677/97 (S.A. Dangeville v. France), BNB 2003/40 m.nt. Wattel.
EHRM 6 februari 2003, nr. 71630/01 (Albrecht Wendenburg and others v. Germany).
EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11 (N.K.M. v. Hungary), EHRC 2013/170 m.nt. Leijten, par. 34 en 35.
EHRM 9 december 1994, nr. 13427/87 (Stran Greek Refineries and Stratis Andreadis v. Greece), par. 59.
EHRM 14 mei 2013, nr. 66529/11 (N.K.M. v. Hungary), EHRC 2013/170 m.nt. Leijten.
EHRM 20 november 1995, nr. 17849/91 (Pressos Compania Naviera S.A. and Others v. Belgium), BNB 1996/123 m.nt. Feteris.
De eerste vraag is of sprake is van eigendom in de zin van artikel 1 Eerste Protocol. Het EHRM gaat uit van een eigen, autonoom, eigendomsbegrip, dat ruimer is dan wat in het nationale (civiele) recht onder eigendom wordt verstaan.1 Het EHRM gebruikt in zijn arresten de volgende standaard formulering om de reikwijdte van zijn eigendomsbegrip te beschrijven:2
“The concept of “possessions” in the first paragraph of Article 1 of Protocol No. 1 has an autonomous meaning which is not limited to the ownership of material goods and is independent from the formal classification in domestic law. In the same way as material goods, certain other rights and interests constituting assets can also be regarded as “property rights”, and thus as “possessions” for the purposes of this provision. In each case the issue that needs to be examined is whether the circumstances of the case, considered as a whole, conferred on the applicant title to a substantive interest protected by Article 1 of Protocol No. 1 (…).”
Artikel 1 Eerste Protocol bevat geen definitie van het begrip eigendom en ook het EHRM heeft zich tot op heden niet gewaagd aan het formuleren van een definitie. Dat betekent dat per geval zal moeten worden beoordeeld of het recht van de betrokkene kan worden aangemerkt als eigendom. Alle rechten die een vermogenswaarde vertegenwoordigen en die een substantive interest vormen voor de betrokkene kunnen worden aangemerkt als eigendom in de zin van artikel 1 Eerste Protocol. Het eigendomsbegrip omvat naast rechten op roerende en onroerende zaken ook immateriële rechten. Voorbeelden van immateriële rechten die zijn aangemerkt als eigendom zijn: varkensrechten van boeren3, goodwill4 en vergunningen5. Ook publiek- en privaatrechtelijke vorderingen kunnen als eigendom onder de bescherming van artikel 1 Eerste Protocol vallen. Zo kan er in Straatsburg worden geklaagd over het stopzetten van een uitkering door de sociale zekerheidsautoriteiten6 en over de weigering belasting te restitueren die in strijd met EU-recht is geheven.7
Het eigendomsbegrip strekt alleen uit tot bestaande rechten.8 Toekomstige rechten worden niet beschermd. Verder vallen ook rechten waarop een gerechtvaardigde verwachting (legitimate expectation) bestaat dat het effectieve genot van de eigendom verworven was als de inbreuk niet zou hebben plaatsgevonden onder het eigendomsbegrip.9 Het (vorderings)recht moet wel met voldoende zekerheid vaststaan.10 Of een verwachting gerechtvaardigd is moet worden beoordeeld op basis van het nationale recht. Het EHRM zal niet zelf onderzoeken of er naar nationaal recht sprake is van een legitieme verwachting, maar zal het bestaan van een dergelijke verwachting (alleen) aannemen als het recht is vastgelegd in een onherroepelijke uitspraak van de nationale rechter. Een voorbeeld van een gerechtvaardigde verwachting die valt onder de bescherming van artikel 1 Eerste Protocol is een onder opschortende voorwaarde van pensionering toegekend recht op een ontslagvergoeding.11 Ook kan een rechterlijke uitspraak de gerechtvaardigde verwachting doen ontstaan dat recht bestaat op schadevergoeding.12