BNB 2016/214
Laagbelaste beleggingsdeelneming. Invloed valutaverschillen bij berekening toetswinst. Valutaverliezen in direct opeisbare vorderingen. Goed koopmansgebruik
HR 09-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2036, m.nt. R.J. de Vries
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 september 2016
- Magistraten
Mrs. Overgaauw, Bavinck, Punt, Van Loon, Van Kalmthout
- Zaaknummer
15/00707
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
R.J. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS924641:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Belastingrecht algemeen (V)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2036, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2015:2205, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑10‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2015
- Wetingang
Art. 13 lid 9 en 10 Wet VPB 1969; art. 3.25 Wet IB 2001
Essentie
Laagbelaste beleggingsdeelneming. Invloed valutaverschillen bij berekening toetswinst. Valutaverliezen in direct opeisbare vorderingen. Goed koopmansgebruik
Samenvatting
Belanghebbende behoort tot een internationaal concern. Zij fungeert als houdster- en financieringsmaatschappij en houdt alle aandelen van de in Ierland gevestigde vennootschap D. De moedermaatschappij van belanghebbende houdt tevens de aandelen van de in Nederland gevestigde J BV, die enig aandeelhouder is van F, een Ierse Ltd. In verband met voorgenomen expansie in Europa heeft het concern geldmiddelen via belanghebbende en J ondergebracht in een overnamekas bij D en F. D heeft aan belanghebbende geldleningen in Amerikaanse dollars verstrekt ten behoeve van acquisities, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.