HR, 12-02-2013, nr. 11/04065
ECLI:NL:HR:2013:BZ1950
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12-02-2013
- Zaaknummer
11/04065
- Conclusie
Mr. Knigge
- LJN
BZ1950
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:BZ1950, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑02‑2013; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1950
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1950, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑12‑2012
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ1950
- Vindplaatsen
Uitspraak 12‑02‑2013
Inhoudsindicatie
Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
12 februari 2013
Strafkamer
nr. S 11/04065
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011, nummer 23/004503-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 februari 2013.
Conclusie 11‑12‑2012
Mr. Knigge
Partij(en)
Nr. 11/04065
Mr. Knigge
Zitting: 11 december 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 2011 met parketnummer 23-004503-09.
2.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/04065 en 11/01134. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3.
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid Sv, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.
4.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG