Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.1.5:3.1.5 Roerende en onroerende zaken
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.1.5
3.1.5 Roerende en onroerende zaken
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644848:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Diephuis I (1885), p. 459.
Land II (1901), p. 32.
HR 13 juni 1975, ECLI:NL:PHR:1975:AC3080 (Amercentrale); Van der Grinten, WPNR 4701 (1961), p. 519-520.
Diephuis I (1885), p. 460 e.v.
Ploeger (1997), p. 63.
HR 13 juni 1975, ECLI:NL:PHR:1975:AC3080 (Amercentrale).
Van der Grinten, WPNR 1961/4701, p. 519.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 560 OBW luidde:
“Zaken zijn roerend of onroerend, volgens de bepalingen der twee volgende afdeelingen.”
Deze onderscheiding “is zeker de invloedrijkste en daarom de gewigtigste van alle”.1 Of een zaak onroerend of roerend was, had onder andere invloed op de wijze waarop de eigendom werd overgedragen en op de wijze waarop een beperkt recht op een zaak werd gevestigd.
Alle (lichamelijke) zaken die niet onroerend waren, waren automatisch roerende zaken.2 Onroerende zaken waren de grond en alles wat met de grond duurzaam was verbonden en daardoor een vaste plaats had.3 Een duurzame verbinding hield echter niet in dat een zaak onverplaatsbaar of “ontilbaar” was.4 De grond, de huizen, bomen en beplantingen die blijvend met de grond verenigd waren, werden als onroerende zaken gezien, terwijl de laatste wel degelijk verplaatsbaar waren.5 Van belang was of een zaak die verenigd was met de grond, zoals een gebouw, “naar aard en inrichting bestemd was om duurzaam ter plaatse te blijven”.6 Waar het huis en het perceel grond waarop het huis stond van elkaar te onderscheiden waren, zag de wet in beginsel deze twee zaken als een juridische eenheid. In beginsel, want deze eenheid was niet absoluut. Het huis en de grond konden van elkaar worden gesplitst door een opstalrecht, waardoor sprake was van twee verschillende onroerende zaken. Wat een onroerende zaak was, bepaalde de wet, niet de natuurlijke verhoudingen.7