Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2023/1804 uitrol infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (Regulation on the deployment of alternative fuels infrastructure, AFIR)
Artikel 2 Definities
Geldend
Geldend vanaf 12-10-2023
- Bronpublicatie:
13-09-2023, PbEU 2023, L 234 (uitgifte: 22-09-2023, regelingnummer: 2023/1804)
- Inwerkingtreding
12-10-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
13-09-2023, PbEU 2023, L 234 (uitgifte: 22-09-2023, regelingnummer: 2023/1804)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Energie
In deze verordening wordt verstaan onder:
- 1)
‘toegankelijkheid van gegevens’: de mogelijkheid om gegevens te allen tijde in een machineleesbaar formaat op te vragen en te verkrijgen;
- 2)
‘ad-hocprijs’: de prijs die de exploitant van een laad- of tankpunt aan een eindgebruiker aanrekent om op ad-hocbasis te laden of te tanken;
- 3)
‘langs het TEN-T-wegennetwerk’:
- a)
met betrekking tot elektrische laadstations: dat zij zich bevinden op het TEN-T-wegennetwerk of binnen een rijafstand van 3 km vanaf de dichtstbijzijnde afrit van een TEN-T-weg; en
- b)
met betrekking tot waterstoftankstations: dat zij zich bevinden op het TEN-T-wegennetwerk of binnen een rijafstand van 10 km vanaf de dichtstbijzijnde afrit van een TEN-T-weg;
- 4)
‘alternatieve brandstoffen’: brandstoffen of energiebronnen die, ten minste gedeeltelijk, dienen als vervanging voor fossiele oliebronnen in de energie die gebruikt wordt voor vervoer en die kunnen bijdragen tot de decarbonisatie daarvan en tot betere milieuprestaties van de vervoerssector, met inbegrip van:
- a)
‘alternatieve brandstoffen voor emissievrije voertuigen, treinen, vaartuigen of luchtvaartuigen’:
- —
elektriciteit,
- —
waterstof,
- —
ammoniak,
- b)
‘hernieuwbare brandstoffen’:
- —
biomassabrandstoffen, waaronder biogas, en biobrandstoffen als gedefinieerd in artikel 2, respectievelijk punten 27), 28) en 33), van Richtlijn (EU) 2018/2001,
- —
uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde synthetische en paraffinehoudende brandstoffen, waaronder ammoniak,
- c)
‘niet-hernieuwbare alternatieve brandstoffen en fossiele overgangsbrandstoffen’
- —
aardgas, in gasvorm (compressed natural gas — CNG) en in vloeibare vorm (liquefied natural gas — LNG),
- —
vloeibaar gemaakt petroleumgas (liquefied petroleum gas — LPG), en
- —
uit niet-hernieuwbare energiebronnen geproduceerde synthetische en paraffinehoudende brandstoffen;
- 5)
‘standplaats van een luchtvaartuig aan de gate’: een standplaats in een aangewezen zone van het luchthavenplatform die is uitgerust met een passagiersbrug;
- 6)
‘buitenstandplaats van een luchtvaartuig’: een standplaats in een aangewezen zone van het luchthavenplatform die niet is uitgerust met een passagiersbrug;
- 7)
‘luchthaven van het TEN-T-kernnetwerk of luchthaven van het uitgebreide TEN-T-netwerk’: een luchthaven als genoemd en gecategoriseerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1315/2013;
- 8)
‘automatische authenticatie’: de authenticatie van een voertuig bij een laadpunt via de laadconnector of telematica;
- 9)
‘beschikbaarheid van gegevens’: het bestaan van gegevens in een digitaal machineleesbaar formaat;
- 10)
‘batterijelektrisch voertuig’: een elektrisch voertuig dat uitsluitend op de elektromotor rijdt, zonder secundaire voortstuwingsbron;
- 11)
‘bidirectioneel laden’: een slim laadproces waarbij de richting van de elektriciteitsstroom kan worden omgekeerd, waardoor elektriciteit ook van de batterij naar het laadpunt waarop zij is aangesloten kan stromen;
- 12)
‘connector’: de fysieke interface tussen het laad- of tankpunt en het voertuig, via welke de brandstof of elektrische energie wordt uitgewisseld;
- 13)
‘commercieel luchtvervoer’: commercieel luchtvervoer als gedefinieerd in artikel 3, punt 24), van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad (1);
- 14)
‘containerschip’: een schip dat uitsluitend is ontworpen voor het vervoer van containers in ruimen en op het dek;
- 15)
‘betaling op basis van een contract’: een betaling door de eindgebruiker van een laad- of tankdienst aan een aanbieder van mobiliteitsdiensten op basis van een contract dat is afgesloten tussen die eindgebruiker en die aanbieder van mobiliteitsdiensten;
- 16)
‘gegevensgebruiker’: elke overheidsinstantie, wegenautoriteit, wegexploitant, exploitant van laad- en tankpunten, onderzoeks- of niet-gouvernementele organisatie, aanbieder van mobiliteitsdiensten, elk e-roamingplatform, elke aanbieder van digitale kaarten of elke andere entiteit die geïnteresseerd is in het gebruik van gegevens om informatie te verstrekken, diensten te creëren of onderzoek of analyse uit te voeren met betrekking tot infrastructuur voor alternatieve brandstoffen;
- 17)
‘digitaal verbonden laadpunt’: een laadpunt dat realtime informatie kan verzenden en ontvangen, dat in twee richtingen met het elektriciteitsnet en met het elektrisch voertuig kan communiceren, en dat op afstand kan worden gemonitord en beheerd, onder meer om de laadsessie te starten en te stoppen en om de elektriciteitsstromen te meten;
- 18)
‘distributiesysteembeheerder’ (DSO): distributiesysteembeheerder in de zin van artikel 2, punt 29), van Richtlijn (EU) 2019/944;
- 19)
‘distributeur’: een distributeur als gedefinieerd in artikel 3, punt 43, van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad (2);
- 20)
‘dynamische gegevens’: gegevens die vaak of op regelmatige basis wijzigen;
- 21)
‘elektrisch wegsysteem’: een fysieke installatie op een weg voor het overbrengen van elektriciteit naar een rijdend elektrisch voertuig;
- 22)
‘elektrisch voertuig’: een motorvoertuig, uitgerust met een aandrijving die bestaat uit ten minste één niet-perifere elektromotor als energieomzetter met een elektrisch oplaadbaar energieopslagsysteem, dat extern kan worden opgeladen;
- 23)
‘elektriciteitsvoorziening aan stilstaande luchtvaartuigen’: de levering van elektriciteit via een gestandaardiseerde vaste of mobiele interface aan luchtvaartuigen die op een standplaats van een luchtvaartuig aan de gate of op een buitenstandplaats van een luchtvaartuig zijn geparkeerd;
- 24)
‘eindgebruiker’: een natuurlijke of rechtspersoon die alternatieve brandstof koopt voor direct gebruik in een voertuig;
- 25)
‘e-roaming’: de uitwisseling van gegevens en betalingen tussen de exploitant van een laad- of tankpunt en een aanbieder van mobiliteitsdiensten van wie een eindgebruiker een laad- of tankdienst koopt;
- 26)
‘e-roamingplatform’: een platform dat marktspelers, met name aanbieders van mobiliteitsdiensten en exploitanten van laad- of tankpunten, met elkaar verbindt om hen in staat te stellen aan elkaar diensten te verlenen, met inbegrip van e-roaming;
- 27)
‘Europese norm’: een Europese norm als gedefinieerd in artikel 2, punt 1), b), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
- 28)
‘algemene luchtvaart’: alle andere burgerluchtvaartactiviteiten dan geregelde luchtdiensten en niet-geregelde luchtvervoersactiviteiten tegen vergoeding of betaling van huur;
- 29)
‘brutotonnage (GT)’: brutotonnage als gedefinieerd in artikel 3, punt e), van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad (3);
- 30)
‘zwaar voertuig’: een motorvoertuig van categorie M2 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt a), ii), een motorvoertuig van categorie M3 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt a), iii), een motorvoertuig van categorie N2 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt b), ii), of een motorvoertuig van categorie N3 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt b), iii), van Verordening (EU) 2018/858;
- 31)
‘laadpunt met hoog vermogen’: een laadpunt met een laadvermogen van meer dan 22 kW waarmee elektriciteit kan worden overgebracht naar een elektrisch voertuig;
- 32)
‘een hogesnelheidspassagiersvaartuig’: een hogesnelheidsvaartuig als omschreven in hoofdstuk X, voorschrift 1, van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (SOLAS 74), dat bestemd is voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
- 33)
‘licht voertuig’: een motorvoertuig van categorie M1 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt a), i), of een motorvoertuig van categorie N1 als omschreven in artikel 4, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2018/858;
- 34)
‘vloeibaar methaan’: LNG, vloeibaar biogas of synthetisch vloeibaar methaan, met inbegrip van mengsels van die brandstoffen;
- 35)
‘fabrikant’: een fabrikant als gedefinieerd in artikel 3, punt 40, van Verordening (EU) 2018/858;
- 36)
‘aanbieder van mobiliteitsdiensten’: een rechtspersoon die tegen vergoeding diensten verleent aan eindgebruikers, met inbegrip van het verkopen van laad- of tankdiensten;
- 37)
‘laadpunt met normaal vermogen’: een laadpunt met een laadvermogen van maximaal 22 kW waarmee elektriciteit kan worden overgebracht naar een elektrisch voertuig;
- 38)
‘nationaal toegangspunt’: een digitale interface die is opgezet door een lidstaat en een centraal toegangspunt voor gegevens vormt;
- 39)
‘exploitant van een laadpunt’: de entiteit die verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van een laadpunt en die een laaddienst levert aan eindgebruikers, onder meer namens en voor rekening van een aanbieder van mobiliteitsdiensten;
- 40)
‘exploitant van een tankpunt’: de entiteit die verantwoordelijk is voor het beheer en de exploitatie van een tankpunt en die een tankdienst levert aan eindgebruikers, onder meer namens en voor rekening van een aanbieder van mobiliteitsdiensten;
- 41)
‘passagiersschip’: een schip dat meer dan twaalf passagiers vervoert, met inbegrip van cruiseschepen, hogesnelheidspassagiersvaartuigen en roropassagiersschepen;
- 42)
‘betalingsdienst’: een betalingsdienst als gedefinieerd in artikel 4, punt 3, van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (4);
- 43)
‘plug-in hybride voertuig’: elektrisch voertuig met een conventionele verbrandingsmotor in combinatie met een elektrisch aandrijfsysteem dat via een externe elektrische energiebron kan worden opgeladen;
- 44)
‘laadvermogen’: het theoretische maximumvermogen, uitgedrukt in kW, dat een laadpunt, -station of -pool dan wel een walstroomvoorziening kan leveren aan voertuigen of vaartuigen die zijn aangesloten op dat punt, dat station, die pool of die voorziening;
- 45)
‘openbaar toegankelijke infrastructuur voor alternatieve brandstoffen’: infrastructuur voor alternatieve brandstoffen op een locatie of in een ruimte die toegankelijk is voor het publiek, ongeacht of die infrastructuur voor alternatieve brandstoffen zich op openbaar dan wel op privéterrein bevindt, ongeacht de eventuele beperkingen of voorwaarden voor de toegang tot de locatie of ruimte en ongeacht de gebruiksvoorwaarden van die infrastructuur voor alternatieve brandstoffen;
- 46)
‘Quick-responscode’ (QR-code): een ISO/IEC 18004:2015-conforme codering en visualisatie van gegevens;
- 47)
‘ad-hoclaadbeurt’: een door een eindgebruiker aangekochte laaddienst waarvoor hij niet verplicht is zich te registreren, een schriftelijke overeenkomst te sluiten of een commerciële relatie met de exploitant van dat laadpunt aan te gaan die verder gaat dan de loutere aankoop van de laaddienst;
- 48)
‘laadpunt’: een vaste of mobiele, al dan niet op het net aangesloten interface voor het overbrengen van elektriciteit naar een elektrisch voertuig die eventueel weliswaar beschikt over een of meer connectoren zodat zij compatibel is met verschillende typen connectoren maar die slechts in staat is één elektrisch voertuig tegelijk op te laden, met uitzondering van apparaten met een laadvermogen lager dan of gelijk aan 3,7 kW die niet in de eerste plaats voor het opladen van elektrische voertuigen zijn bestemd;
- 49)
‘laadpunt, -station of -pool voor lichte voertuigen’: een laadpunt, -station of -pool dat of die bestemd is voor het opladen van lichte voertuigen, vanwege het specifieke ontwerp van de connectoren/stekkers of vanwege het ontwerp van de parkeerplaats naast het laadpunt, het laadstation of de laadpool, of vanwege beide;
- 50)
‘laadpunt, -station of -pool voor zware voertuigen’: een laadpunt, -station of -pool dat of die bestemd is voor het opladen van zware voertuigen, hetzij vanwege het specifieke ontwerp van de connectoren/stekkers, hetzij vanwege het ontwerp van de parkeerplaats naast het laadpunt, het laadstation of de laadpool, hetzij vanwege beide;
- 51)
‘laadpool’: een of meer laadstations op een specifieke locatie;
- 52)
‘laadstation’: een fysieke installatie op een specifieke locatie, bestaande uit een of meer laadpunten;
- 53)
‘laaddienst’: de verkoop of levering van elektriciteit, met inbegrip van aanverwante diensten, via een openbaar toegankelijk laadpunt;
- 54)
‘laadsessie’: het volledige proces van het opladen van een voertuig op een openbaar toegankelijk laadpunt vanaf het moment waarop het voertuig wordt aangesloten tot het moment waarop het wordt losgekoppeld;
- 55)
‘ad-hoctankbeurt’: een door een eindgebruiker aangekochte tankdienst waarvoor hij niet verplicht is zich te registreren, een schriftelijke overeenkomst te sluiten of een commerciële relatie met de exploitant van dat tankpunt aan te gaan die verder gaat dan de loutere aankoop van de tankdienst;
- 56)
‘tankpunt’: een tankfaciliteit voor de levering van een vloeibare of gasvormige brandstof via een vaste of mobiele installatie, waaraan slechts één voertuig, één trein, één vaartuig of één luchtvaartuig tegelijk kan worden bijgetankt;
- 57)
‘tankdienst’: de verkoop of levering van een vloeibare of gasvormige brandstof via een openbaar toegankelijk tankpunt;
- 58)
‘tanksessie’: het volledige proces van het tanken van een voertuig op een openbaar toegankelijk tankpunt vanaf het moment waarop het voertuig wordt aangesloten tot het moment waarop het wordt losgekoppeld;
- 59)
‘tankstation’: één fysieke installatie op een specifieke locatie, bestaande uit een of meer tankpunten;
- 60)
‘regulerende instantie’: de door elke lidstaat op grond van artikel 57, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/944 aangewezen regulerende instantie;
- 61)
‘hernieuwbare energie’: energie uit hernieuwbare bronnen als gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 1), van Richtlijn (EU) 2018/2001;
- 62)
‘roropassagiersschip’: een schip dat over de nodige voorzieningen beschikt om weg- of spoorvoertuigen het vaartuig op en af te laten rijden en dat bestemd is voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
- 63)
‘veilig en beveiligd parkeerterrein’: een parkeerplaats die toegankelijk is voor bestuurders die goederen of personen vervoeren en die is gecertificeerd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1012 van de Commissie (5);
- 64)
‘walstroomvoorziening’: de levering van walstroom door middel van een gestandaardiseerde, vaste of mobiele interface aan zeeschepen of binnenschepen die aangemeerd zijn aan de kade;
- 65)
‘slim opladen’: een laadbeurt waarbij de intensiteit van de aan de batterij geleverde elektriciteit realtime wordt aangepast op basis van via elektronische communicatie ontvangen informatie;
- 66)
‘statische gegevens’: gegevens die niet vaak of niet op regelmatige basis wijzigen;
- 67)
‘uitgebreid TEN-T-netwerk’: een uitgebreid netwerk in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;
- 68)
‘TEN-T-kernnetwerk’: een kernnetwerk in de zin van artikel 38 van Verordening (EU) nr. 1315/2013;
- 69)
‘binnenhaven van het TEN-T-kernnetwerk of binnenhaven van het uitgebreide TEN-T-netwerk’: een binnenhaven van het TEN-T-kernnetwerk of van het uitgebreide TEN-T-netwerk, als genoemd en gecategoriseerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1315/2013;
- 70)
‘zeehaven van het TEN-T-kernnetwerk of zeehaven van het uitgebreide TEN-T-netwerk’: een zeehaven van het TEN-T-kernnetwerk of van het uitgebreide TEN-T-netwerk, als genoemd en gecategoriseerd in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1315/2013;
- 71)
‘transmissiesysteembeheerder’: een transmissiesysteembeheerder als gedefinieerd in artikel 2, punt 35), van Richtlijn (EU) 2019/944;
- 72)
‘stedelijk knooppunt’: een stedelijk knooppunt als gedefinieerd in artikel 3, punt p), van Verordening (EU) nr. 1315/2013.
Voetnoten
Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1).
Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).
Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).
Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1012 van de Commissie van 7 april 2022 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de vaststelling van normen voor het dienstverleningsniveau en de beveiliging van veilige en beveiligde parkeerterreinen en de procedures voor de certificering daarvan (PB L 170 van 28.6.2022, blz. 27).