Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/616
Bewijsklachten. HR: art. 81 lid 1 RO. Strafprocesrecht (art. 359 lid 2 Sv)
HR 08-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:868
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 april 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
13/00222
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:868, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:269, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑02‑2014
Essentie
Bewijsklachten. HR: art. 81 lid 1 RO. Strafprocesrecht (art. 359 lid 2 Sv)
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 april 2012, nummer 20/000490-11, in de strafzaak tegen: [verdachte]. Adv. mr. J.M. Stad, te Boxmeer.
Conclusie
Conclusie A-G mr. P.C. Vegter:
1.
Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 4 april 2012 de verdachte wegens ‘Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.