Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/4.5.3
4.5.3 Vruchtgebruiker van aandelen zonder certificaathoudersrechten en vruchtgebruiker van certificaten
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375815:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bos, diss. (2005), p. 168-169.
Bos, diss. (2005), p. 24-25. Ik ga ervan uit dat dit uitgangspunt ook geldt voor een vruchtgebruik op certificaten.
Zie art. 3:215 BW.
Zo ook Oosterhoff, diss. (2017), p. 349, die opmerkt dat een vruchtgebruiker die niet het volledige belang heeft onder bijzondere omstandigheden enquêtebevoegd kan zijn. Een ruime uitleg is zijns inziens verdedigbaar als een aandeelhouder (certificaathouder) zijn bevoegdheden niet gebruikt terwijl door een impasse jarenlang geen dividend wordt uitgekeerd.
Zie art. 2:88/197 lid 4 BW.
Bij vruchtgebruik wordt het economisch belang en (gedeeltelijk) risico gescheiden van de juridische eigendom. De vruchtgebruiker maakt aanspraak op dividenduitkeringen.1 De eventuele waardevermeerdering op de aandelen (certificaten) komt de vruchtgebruiker niet toe. Aan de vruchtgebruiker komt dus slechts een gedeelte van het economische belang bij het aandeel (certificaat) toe.
De vruchtgebruiker kan wel een verbintenisrechtelijke aanspraak hebben op de meerwaarde van de voor verhandeling bestemde aandelen (certificaten).2 Een recht van vruchtgebruik kan aan voorwaarden worden onderworpen die bepalen in welke mate de vruchtgebruiker kan beschikken over het in vruchtgebruik gegeven goed. De vruchtgebruiker kan op grond van art. 3:215 BW een bijna alomvattend recht tot beschikking toekomen, dat wil zeggen dat hij niet alleen bevoegd is de goederen te vervreemden, maar tevens de opbrengsten uit deze vervreemding mag verteren. Verteren houdt in dat de vruchtgebruiker beschikt over de opbrengsten van de vervreemding, met het oogmerk dit toe te eigenen.3 De mate waarin een vruchtgebruiker van aandelen (certificaten) kan beschikken over de aandelen (certificaten) is dus relevant voor zijn economische belang bij die stukken. In hoeverre de voorwaarden van het vruchtgebruik het belang van de vruchtgebruiker bij de aandelen (certificaten) beperken hangt af van de omstandigheden van het geval. Zo kan een vruchtgebruiker een geheel of gedeeltelijk belang bij de aandelen (certificaten) hebben naargelang het vruchtgebruik is beperkt tot dividenduitkeringen of mede strekt tot gehele of gedeeltelijke vervreemding of vertering.4
Aannemelijk is dat als de vruchtgebruiker het gehele belang – waaronder ook de waardevermeerdering – heeft, de aandelen (certificaten) voor zijn rekening en risico gehouden. Heeft hij slechts recht op dividend, dan worden de stukken volgens mij niet voor zijn rekening en risico gehouden. In dat geval is de vruchtgebruiker niet aan te merken als een verschaffer van risicodragend kapitaal en komt hem geen enquêtebevoegdheid toe.5 De vruchtgebruiker van aandelen zonder stemrecht zal voor zijn enquêtebevoegdheid derhalve veelal afhankelijk zijn van hetgeen is bepaald over de ‘certificaathoudersrechten’ in de statuten en bij de vestiging of overdracht van het vruchtgebruik.6 Voor de vruchtgebruiker van certificaten geldt dat niet. Als hij niet kan worden aangemerkt als een verschaffer van risicodragend kapitaal, kan hij zich slechts tot de hoofdgerechtigde/certificaathouder wenden met het verzoek een enquête in te dienen.