Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/2.2.1
2.2.1 Wettelijk kader/begripsvorming
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS482371:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 5, p. 231 en 232.
Gerbrandy 1995, p. 55. Wel treffen wijin het Burgerlijk Wetboek de termen ‘gemeenschappelijke eigendom’ en ‘mede-eigenaars’ aan (zie hoofdstuk 1).
Parl. Gesch. Boek 3, p. 577; Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 452; Schoordijk 1983, p. 1 en 2; Hijma/Olthof 2005, p. 147; Zwitser 1992, p. 197; Van Mourik 1984, p. 41; Asser/Mijnssen/ Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 67.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 577 en 578. Wel stelt de wet vast wanneer er sprake is van gemeenschap. Vgl. Wammes 1988, p. 5.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 578; Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 67; Pitlo/Reehuis/Heisterkamp 2006, p. 349 e.v.; Wammes 1988, p. 7 en 8. Beter ware het m.i. geweest nog nadrukkelijker dan thans tot uitdrukking te brengen dat de deelgenoten gelijksoortige rechten ten aanzien van het object van de gemeenschap hebben (vgl. Kleijn 1969, p. 74).
Uit de art. 5:60 en 5:62 volgt dat mandeligheid een vorm van mede-eigendom is. Met andere woorden: in de visie van de wetgever kan zonder medeeigendom geen mandeligheid bestaan.1
In het Burgerlijk Wetboek komt het woord mede-eigendom niet voor.2 Uit het bepaalde in titel 3.7 jo. art. 5:1 moet evenwel volgen dat mede-eigendom heeft te gelden als een species van de gemeenschap zoals in evengemelde titel omschreven.3
Ook het begripgemeenschap is in het Burgerlijk Wetboek niet omschreven.4
Volgens het Burgerlijk Wetboek is er sprake van een gemeenschap ingeval een of meer goederen toebehoren aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk (art. 3:166 lid 1). Uit deze tekst moet volgen dat een gemeenschap aanwezig is ingeval meer personen in dezelfde rechtsverhouding tot een of meer goederen staan.5 Het begrip mede-eigendom is dan uiteraard, op grond van art. 5:1 – waarin het eigendomsrecht wordt omschreven als het meest omvattende recht opeen zaak – gereserveerd voor de situatie waarin aan meer personen tezamen een eigendomsrecht toekomt.