NJB 2024/708:Regeling art. 181 Sv en verschoningsrecht art. 98 Sv: hoewel die regeling daarop niet specifiek is toegesneden, verzet deze zich er niet tegen dat de OvJ een vordering doet aan de R-C die ertoe strekt dat de R-C ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen dan wel bij een doorzoeking van een plaats vastgelegde gegevens toepassing zal geven aan de voorschriften van art. 98 Sv. De OvJ is daartoe ook gehouden als met het oog op het waarborgen van de met het verschoningsrecht beoogde belangen het volgen van de procedure van art. 98 Sv noodzakelijk is, met name als filtering van stukken of gegevens niet mogelijk is zonder dat inhoudelijk kennis wordt genomen van stukken of gegevens waarvan het redelijk vermoeden bestaat dat zij onder het verschoningsrecht vallen. Op grond van art. 241c Sv staat geen cassatieberoep open tegen een beschikking van de rechtbank (art. 446 Sv) die zijn gegeven op het hoger beroep dat door het openbaar ministerie is ingesteld tegen een beschikking van de R-C waarin deze heeft beslist op een vordering van het OM als bedoeld in art. 181 Sv (inzake onderzoek door de R-C).