Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS480541:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook HR 24 maart 1995, NJ 1996/158, m.nt. W.M. Kleijn (Hollander’s Kuikenbroederij).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
245. Het geval waarin hetzelfde toekomstige goed meermaals bij voorbaat wordt geleverd door dezelfde vervreemder, wordt gereguleerd door art. 3:97 lid 2 BW. Volgens deze bepaling werkt een levering bij voorbaat niet tegen iemand die het goed ingevolge een eerdere levering bij voorbaat heeft verkregen.1 De latere levering bij voorbaat iswel tot stand gebracht, maar in de onderlinge verhouding tussen de beide verkrijgers bij voorbaat wordt de werking van deze later verrichte levering beperkt ten gunste van een eerdere verrichte levering. Met de formulering van art. 3:97 lid 2 BW heeft de wetgever aansluiting gezocht bij art. 3:90 lid 2 BW inzake de relativering van de werking van een levering c.p.2
De regel vormt een uitwerking van het goederenrechtelijke prioriteitsbeginsel (§ 6.2.2) en kent slechts beperkte mogelijkheden voor een latere verkrijger om te worden beschermd tegen een eerdere levering bij voorbaat waarvan hij niet op de hoogte was of behoorde te zijn (§ 6.2.3). De mogelijkheden om daarentegen vrijwillig tot een afwijkende onderlinge rangorde van de levering te komen, worden besproken in § 6.2.4.