Gst. 2015/128
Misbruik van recht. Gebruik WOB 1992 gelet op procesgedrag te kwader trouw en daarmee is ook het gebruik van de bevoegdheid om beroep in te stellen misbruikt. Beroep kan niet los worden gezien van het doel waarmee de WOB 1992 is gebruikt. Niet-ontvankelijkheid beroep. Geen strijd met art. 6 EVRM. (Leiden)
RvS 23-09-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2995, m.nt. C.N. van der Sluis
- Instantie
Raad van State
- Datum
23 september 2015
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, A. Hammerstein en H. Bolt
- Zaaknummer
201500449/1/A3
- Noot
C.N. van der Sluis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS922233:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:2995, Uitspraak, Raad van State, 23‑09‑2015
- Wetingang
Art. 3 lid 1 WOB 1992; art. 3:13 BW jo. art. 3:15 BW; art. 6 EVRM
Essentie
Misbruik van recht. Gebruik WOB 1992 gelet op procesgedrag te kwader trouw en daarmee is ook het gebruik van de bevoegdheid om beroep in te stellen misbruikt. Beroep kan niet los worden gezien van het doel waarmee de WOB 1992 is gebruikt. Niet-ontvankelijkheid beroep. Geen strijd met art. 6 EVRM. (Leiden)
Samenvatting
Het procesgedrag van [gemachtigde] geeft in deze zaak blijk van handelingen waarvan hij moet hebben geweten dat die de praktische verwerkbaarheid van zijn correspondentie en daarmee de tijdige besluitvorming op het informatieverzoek onnodig konden bemoeilijken. Zo is het informatieverzoek, evenals de overige correspondentie voorafgaand ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.