NJ 1922, p. 439
Gemeenschap van goederen. Levensverzekering door den man gesloten ten behoeve der vrouw. Faillissement van de nalatenschap van den man. Valt de verzekeringssom in de gemeenschap en in het faillissement? Storting dier som door de vrouw bij bankier van den overleden man. Terugvordering. Bewijslast. Ervaringsregel. Handeling indruischende tegen de menschelijke natuur.
HR 10-03-1922, ECLI:NL:HR:1922:209
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 1922
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. J. A. A. Bosch, A. Fentener van Vlissingen, H. Hesse en N. C. M. A. van den Dries.
- Zaaknummer
[192210/NJ_1922,_p._439]
- Conclusie
Mr. Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1922:209, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑1922
- Wetingang
(BW art. 174, 1902; WvK art. 302-308)
Essentie
Gemeenschap van goederen. Levensverzekering door den man gesloten ten behoeve der vrouw. Faillissement van de nalatenschap van den man. Valt de verzekeringssom in de gemeenschap en in het faillissement? Storting dier som door de vrouw bij bankier van den overleden man. Terugvordering. Bewijslast. Ervaringsregel. Handeling indruischende tegen de menschelijke natuur.
Samenvatting
Een uitkeering door een levensverzekeringsmij. na het overlijden van den man, die zijn leven ten behoeve van zijn echtgenoote verzekerd had, aan haar gedaan, behoort niet tot de gemeenschap, waarin de echtgenooten waren gehuwd, omdat de vrouw eerst na het overlijden van den man recht op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.