Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.7.1.2:1.7.1.2 Bericht uit Straatsburg
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.7.1.2
1.7.1.2 Bericht uit Straatsburg
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS485788:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 25 februari 1993 (Funke t. Frankrijk),BNB 1993/350 (m.nt. Wattel); FED 1993/628 (m.aant. Feteris); NJ 1993, 485 (m.nt. Knigge).
§ 44.
HR 9 oktober 1984, NJ 1985, 176. Zie daarover Wattel 1989, en pt. 5 van zijn noot onder het Funke-arrest inBNB 1993/350.
Ik ga hier niet in op de juridische ‘techniek’ van de rechtstreekse doorwerking van het EVRM in de Nederlandse rechtsorde. Zie in kort bestek § 2.3.3.1 hierna en uitgebreid Gerards/Fleuren 2013, p. 30 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Begin jaren negentig van de vorige eeuw wijst het EHRM dan arrest in de zaak Funke.1 Daarin erkent het Hof voor het eerst dat het nemo tenetur-beginsel onderdeel is van het recht op een behoorlijk strafproces in art. 6 EVRM. Het neemt op grond van de gang van zaken in die zaak schending aan van het recht van een ieder tegen wie strafvervolging is ingesteld om niet aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Het Hof rept over een de verdachte toekomend zwijgrecht (‘the right to remain silent’) en een niet-meewerkrecht (‘the right not to contribute to incriminating himself’).2
Hiermee is de in het Nederlandse strafrecht tot dan toe bestaande beperking tot een zwijgrecht in verhoorsituaties ex art. 29 Sv, zoals die door de HR in zijn rechtspraak werd verwoord3, verleden tijd. Voor zover sprake is van gedwongen bewijsgaring die gericht is op vervolging (in ruime zin), dan geldt in het algemeen het beginsel dat de verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken. De (expliciete) doorwerking van het nemo tenetur-beginsel in het (commune) strafrecht lijkt dan ook enkel te steunen op de erkenning daarvan door het EHRM in zijn rechtspraak.4
Funke markeert het beginpunt van een voortdurende stroom Straatsburgse zaken waarin het zwijgrecht en het niet-meewerkrecht worden gepreciseerd en hun onderlinge verhouding reliëf krijgt. In het vervolg zal ik deze waarborgen samen ook aanduiden als het recht tegen gedwongen zelfbelasting. Dit ter onderscheiding van het nemo tenetur-beginsel waarin dit recht wortelt.