Inhoudsopgave
V-N 2019/20.14:Begrip ‘bijzonder overheidstoezicht’ in vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen toegelicht
V-N 2019/20.14
Begrip ‘bijzonder overheidstoezicht’ in vrijstelling voor gemeenschappelijke beleggingsfondsen toegelicht
Documentgegevens:
Datum 22-03-2019
- Datum
22-03-2019
- Bronauteur
Staatssecretaris van Financiën
- Bronvindplaats
Stcrt. 2019, 17208
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS46389:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Vrijstelling
- Wetingang
art. 11 lid 1 onderdeel i ten 3e Wet OB 1968
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een toelichting gegeven op het begrip ‘bijzonder overheidstoezicht’ in het kader van de vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel i ten derde Wet OB 1968 voor het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebracht vermogen. Deze vrijstelling is gebaseerd op art. 135 lid 1 punt g Btw-richtlijn. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat de vrijstelling ook kan worden toegepast door andere beleggingsfondsen die dezelfde kenmerken vertonen en dus dezelfde handelingen verrichten, of die op zijn minst zodanig vergelijkbaar zijn met instellingen voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.