Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2017/1129 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG
Artikel 30 Samenwerking met derde landen
Geldend
Geldend vanaf 04-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Inwerkingtreding
04-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2809 (uitgifte: 14-11-2024, regelingnummer: 2024/2809)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
1.
Voor de toepassing van artikel 29 en, ingeval zulks noodzakelijk wordt geacht, voor de toepassing van artikel 28, gaan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of ESMA, op verzoek van ten minste één bevoegde autoriteit, samenwerkingsovereenkomsten aan met betrekking tot het uitwisselen van informatie met toezichthoudende autoriteiten in derde landen en het handhaven in derde landen van de verplichtingen die uit deze verordening voortvloeien. Samenwerkingsovereenkomsten worden niet aangegaan met een derde land dat, overeenkomstig een door de Commissie op grond van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (1) vastgestelde vigerende gedelegeerde handeling, op de lijst staat van jurisdicties die in hun nationale regelgeving voor de bestrijding van het witwassen en terrorismefinanciering strategische tekortkomingen vertonen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Unie of dat is opgenomen op de lijst in bijlage I bij de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied. Die samenwerkingsovereenkomsten waarborgen ten minste een doelmatige informatie-uitwisseling waardoor de bevoegde autoriteiten in staat worden gesteld hun taken uit hoofde van deze verordening te vervullen.
Alvorens een samenwerkingsovereenkomst overeenkomstig de eerste alinea wordt aangegaan, stelt een bevoegde autoriteit ESMA en de andere bevoegde autoriteiten daarvan in kennis.
2.
Voor de toepassing van artikel 29 en, ingeval zulks noodzakelijk wordt geacht, voor de toepassing van artikel 28 vergemakkelijkt en coördineert ESMA de ontwikkeling van samenwerkingsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de relevante toezichthoudende autoriteiten van derde landen. Indien noodzakelijk, vergemakkelijkt en coördineert ESMA tevens de uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van inlichtingen die van toezichthoudende autoriteiten van derde landen zijn verkregen, en die mogelijk relevant zijn voor het treffen van maatregelen uit hoofde van de artikelen 38 en 39.
3.
Samenwerkingsovereenkomsten voor de informatie-uitwisseling met toezichthoudende autoriteiten van derde landen kunnen alleen worden aangegaan indien voor de verstrekte gegevens ten minste gelijkwaardige waarborgen inzake het beroepsgeheim gelden als die in artikel 35. Een dergelijke informatie-uitwisseling is bestemd voor de vervulling van de taken van die toezichthoudende autoriteiten.
4.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 44 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de minimuminhoud van de in lid 1 van dit artikel bedoelde samenwerkingsovereenkomsten en het voor dergelijke samenwerkingsovereenkomsten te gebruiken modeldocument te bepalen.
Voetnoten
Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).