Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/2.4.1
2.4.1 Hypothecaire bevoegdheden naar Engels recht
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS622646:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Clark e.a. 2014, p. 507.
Harpum, Bridge & Dixon 2012, p. 1135, Clark e.a. 2014, p. 512, Hudson 2009, p. 1225. Het onderzoek spitst zich toe op de mogelijkheden om via het onderpand terugbetaling van de geldvordering af te dwingen; contractenrechtelijke remedies als het vorderen van nakoming (personal claim for repayment of the debt) vallen buiten het bereik van het onderzoek.
Ten tijde van de zekerheidsoverdracht was de hypotheekhouder al eigenaar en verloor de hypotheekgever het recht om de eigendom door betaling terug te krijgen. Onder het huidige recht gaat het niet om het terugkrijgen van de volledige eigendom, maar om het ‘terugkrijgen’ van de onbezwaarde eigendom.
Art. 3:235 BW verbiedt zelfs de toe-eigening van verhypothekeerde goederen door de hypotheekhouder.
Clark e.a. 2014, p. 742, Calnan 2015, p. 469 en Bray 2013, p. 342, met verwijzing naar overwegingen in Palk v Mortgage Services Funding plc [1993] Ch 330.
Harpum, Bridge & Dixon 2012, p. 1140, geven aan dat dit er soms toe leidt dat hypotheekhouders de voorkeur geven aan een verkoop.
Law Commission Report (204) 1991, p. 56.
In de Engelse literatuur worden twee kernbevoegdheden aan het hypotheekrecht toegeschreven. Ten eerste mag een hypotheekhouder maatregelen nemen om (de waarde van) zijn zekerheid te beschermen. Ten tweede mag hij terugbetaling van de hypothecaire vordering afdwingen. Dit kan via een persoonlijke vordering in rechte tot terugbetaling van de geldlening, maar ook via het uitwinnen van het hypotheekrecht.1 In het licht van deze primaire bevoegdheden heeft een Engelse hypotheekhouder vier concrete uitwinningsinstrumenten (remedies) tot zijn beschikking. Dit zijn:2
inbezitneming (entry into possession);
het aanstellen van een bewindvoerder (appointment of areceiver);
verkoop (power of sale);
toe-eigening (foreclosure).
Een van deze middelen, de foreclosure, blijft in dit onderzoek buiten beschouwing. Hieraan ligt de volgende overweging ten grondslag. Via een foreclosure kan de hypotheekhouder het lossingsrecht (de equity of redemption) van de hypotheekgever doen vervallen. Hierdoor verliest de hypotheekgever zijn recht om door aflossing van de hypothecaire vordering weer volledig (onbezwaard) eigenaar van het verhypothekeerde vastgoed te worden. Dit komt er feitelijk op neer dat hij zijn eigendomsrecht verliest, en de hypotheekhouder dit recht verkrijgt.3 Daarom moet de foreclosure als een toe-eigeningsprocedure worden gezien. Na toe-eigening kan de hypotheekhouder niet langer betaling van de hypothecaire vordering afdwingen.
Een toe-eigeningsprocedure is een mogelijkheid die het Nederlandse recht niet kent,4 en die dus in theorie een aanvulling zou kunnen zijn op de bestaande Nederlandse hypothecaire bevoegdheden. De stroperige procedure wordt in Engeland echter nauwelijks nog gebruikt.5 Zij kost te veel tijd en geld. Bovendien kent zij een open einde, doordat de procedure zelfs na toe-eigening door de hypotheekhouder nog heropend kan worden.6 De procedure kan mede hierdoor op flink wat kritiek rekenen. Onder meer van de Law Commission, die haar afschaffing, mede op dogmatische gronden, al geruime tijd bepleit.7 Aangezien deze mogelijkheid zo sterk onder vuur ligt en in onbruik is geraakt, is besloten de foreclosure buiten het onderzoek te laten.
Het onderzoek richt zich daarom op de overige drie Engelse hypothecaire bevoegdheden. Dit zijn de inbezitneming (entry into possession; hoofdstuk 3), het aanstellen van een bewindvoerder (appointment of a receiver; hoofdstuk 4) en de verkoop (power of sale; hoofdstuk 5).