Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.1.1.1:4.5.1.1.1 Eerste aanbeveling: regeling Bargeschrift/new value transactions
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.1.1.1
4.5.1.1.1 Eerste aanbeveling: regeling Bargeschrift/new value transactions
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS410188:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 2 (§ 2.2.1 en § 2.2.2) en hoofdstuk 3 (§ 3.2.2.2).
Mocht de wederpartij dat wel zijn, dan is deze hoedanigheid voor de nieuwe overeenkomst niet van belang. Zie in dit verband de opmerkingen van Goode (Goode, Principles of Corporate Insolvency Law, p. 462) ten aanzien van new value transactions besproken in hoofdstuk 3 (§ 3.2.2.2).
Rechtbank Rotterdam 17 april 2007, LJN BC9717
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten eerste zou in het Nederlandse recht een equivalent van het Duitse Bargeschrift c.q. het Engelse leerstuk van new value transactions ontwikkeld moeten worden.1 Een dergelijke regeling zou moeten inhouden dat de bepaling die gericht is op de bewaking van de paritas creditorum (thans artikel 47 Fw) niet van toepassing is op het aangaan en vrijwel gelijktijdig uitvoeren van wederkerige overeenkomsten. De wederpartij is tot het aangaan van de wederkerige overeenkomst geen schuldeiser2 en is dan ook niet gebonden aan de goede trouw die de verhouding van schuldeisers onderling beheerst. Met name bestaat onvoldoende grond om bij een verkoop aan de schuldenaar tegen contante betaling hangende een faillissementsaanvraag, de betaling vernietigbaar te achten omdat de verkoper weet heeft gehad van de faillissementsaanvraag (ook niet indien later zou blijken dat de rechtshandeling tot benadeling heeft geleid).
Een dergelijke regeling krijgt bij voorkeur een wettelijke basis. Zij kan echter eenvoudig in de jurisprudentie tot stand gebracht worden door, anders dan Rechtbank Rotterdam3 (besproken in § 4.2.3.5), het aangaan van en uitvoering geven aan nieuwe wederkerige overeenkomsten niet aan artikel 47 Fw, maar enkel aan artikel 42 Fw te toetsen.